X
_
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Options
    Edit Layout
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Options
    Leeg Venster
    Edit Layout
Test Window
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
Conversation
In de winkel, bij de slager.

A. Wie is er aan de beurt?
B. Ja, ik.
A. Wat kan ik voor u doen?
B. Mag ik van u twee ons biefstuk?
A. Natuurlijk. Anders nog iets?
B. Heeft u nog anderhalf ons Yorkham uit de aanbieding?
A. Nee, mevrouw. Die is helaas op. Morgen heb ik weer wel Yorkham. Maar ik heb wel onze heerlijke zelfgemaakte schouderham in de reclame. Twee ons voor drie euro.
B. Okay. Doet u die dan maar.
A. Dat was het?
B. Ja, dat was het.
A. Dat is dan 8 euro twintig.
B. Hebt u terug van vijftig euro?
A. Ik denk het wel. Kijkt u eens. Met eenenveertig euro tachtig. Tot de volgende keer.
B. Ja, tot ziens.


In de winkel, bij de bakker.

A. Goedemiddag, kan ik u helpen? 
B. Ja, graag. Mag ik van u een half gesneden volkoren en twee krentenbollen.
A. Natuurlijk, meneer. Anders nog iets? De roomboterkoekjes zijn deze week in de reclame. Ze kosten slechts twee euro vijftig per half pond.
B. Nee, dank u, ik moet een beetje aan de lijn denken.
A. Prima. Dat was het dan?
B. Ja, dat was het.
A. Dat is dan twee euro dertig bij elkaar.
B. Ik denk dat ik het wel kan passen.
A. Dat zou heel fijn zijn, want ik heb momenteel heel weinig kleingeld. Het lijkt wel of iedereen vandaag met vijftig euro wil betalen.
B. Kijkt u eens. Twee euro dertig. Alstublieft.
A. Dank u wel.
B. Prettige dag nog.
A. U ook.

In de winkel, bij de groenteboer.

A. Goedemiddag, wat kan ik voor u doen?
B. Mag ik van u een pond andijvie.
A. Natuurlijk, wilt u een struik andijvie of gesneden andijvie?
B. Doet u maar gesneden andijvie, dat is wel zo makkelijk.
A. Anders nog iets?
B. Ik wil vanavond een fruitsalade maken. Ik heb nog een banaan 🍌 , maar ik wil er nog wat bij. Hebt u een voorstel.
A. Wat dacht u van een klein meloentje, een kiwi en een doosje frambozen?
B. Ja, doet u dat maar, dat is een aardige kleurencombinatie.
A. Anders nog iets?
B. Nee, dat was het.
A. Eens even kijken. Dat is dan vijf euro twintig.
B. Kan ik hier pinnen?
A. Natuurlijk, gaat uw gang.
B. Een prettige dag nog.
A. Ja, u ook.

Op de markt, bij de viskraam.

A. Wie is er aan de beurt?
B. Ik denk dat ik aan de beurt ben.
A. Wat kan ik voor u doen?
B. Mag ik van u twee haringen?
A. Eet u ze hier op of neemt u ze mee naar huis?
B. Nee, we eten ze hier direct op.
A. Met of zonder uitjes?
B. Met uitjes graag. Hebt u ook een servetje?
A. Natuurlijk, alstublieft, dat is dan vier euro.
B. Kijk eens, ik heb het netjes gepast.
A. Fijn, bedankt. Eet smakelijk en tot ziens.
B. Ja, tot volgende week maar weer.


In de winkel, bij de schoenenzaak.

A. Kan ik u helpen?
B. Misschien straks, ik kijk eerst even rond.
.............
A. Hebt u een keuze kunnen maken?
B. Ja, misschien. Hebt u deze ook in maat 41? Die staan niet in het rek.
A. Ik ga even kijken voor u in het magazijn.
.............
A. Ja, ik heb maat 41 voor u in het bruin en in het blauw.
B. Oh, die blauwe zijn ook leuk, die had ik nog niet gezien. Kan ik ze even passen?
A. Natuurlijk, gaat uw gang. Gaat u hier even zitten, dan pak ik even de schoenlepel.
.............
A. Loopt u er even een stukje mee. En hoe zitten ze?
B. Ze zitten prima. Ik denk dat ik ze maar neem. Wat kosten de schoenen?
A. Even kijken. Dit paar kost 49,95.
B. Nou, dat valt me nog mee. Kan ik hier pinnen?
A. Natuurlijk kunt u hier pinnen. Ga uw gang.
B. Ja, het pinnen is gelukt.
A. Veel plezier met uw nieuwe aankoop en wellicht tot ziens.
B. Dank u wel en tot ziens.


In winkel, bij de kledingzaak.

A. Goedemiddag, kan ik u helpen of kijkt u eerst even rond.
B. Ja, ik kijk eerst even rond.
................
A. Hangt er nog iets voor u bij?
B. Ja, dit jurkje 👗 vind ik wel leuk. Hebt u deze ook in mijn maat.
A. Ik zal even voor u kijken.
.............
B. Mooi, mag ik 'm even passen? Waar zijn hier de paskamers?
A. De paskamers zijn achter in de zaak.
.............
B. Ik vind het jurkje heel leuk, maar ik wil 'm toch een maatje groter proberen. Hebt u die ook voor mij? 
A. Dat denk ik wel. Kijkt u eens, een maatje groter.
.............
B. Ja, deze past prima. Ik denk dat ik 'm neem.
A. Ik geloof dat u een prima keuze hebt gemaakt.
B. Dat hoop ik dan maar. Nu nog een beetje zon.
Kan ik hier pinnen?
A. Natuurlijk , gaat uw gang. Zal ik de jurk in een papieren tasje 👜 doen?
B. Doet u dat maar.
A. Veel plezier ermee.
B. Dank u wel en nog een prettige dag.
A. U ook.

In de supermarkt, bij de klantenservice.

A. Goedemiddag, wat kan ik voor u doen.
B. Ik heb een klacht over een product. Ik heb hier vorige week kaas gekocht, waar na twee dagen de schimmel op stond, terwijl de uiterste verkoopdatum nog lang niet verstreken was.
A. Hebt u het product of de kassabon bij u?
B. Ja, ik heb de kaas in mijn tas.
A. Ik zie het al, u krijgt uw geld terug.
B. Dank u wel.
A. Tot uw dienst.
B. Dag.

In de Albert Heijn, bij de kassa.

A. Zijn deze boodschappen van u?
B. Ja, alles achter het beurtbalkje is van mij.
A. Hebt u een bonuskaart?
B. Ja, alstublieft.
A. Spaart u zegels?
B. Ik wil geen koopzegels, maar ik wil wel de moestuintjes.
A. Dat is dan twaalf euro tien.
B. Ik wil even bij u pinnen.
A. Prima, gaat uw gang.
B. Prettig weekend.
A. Insgelijks.

Bij de bushalte

A. Goedemorgen meneer
B. Goedemorgen meneer
A. Op welke bus 🚌 wacht u?
B. Ik wacht op bus 45.
A. Okay, ik wacht ook op de 45. Hij zal zo wel komen.
Hoe moet dat nou volgende week als de straat hier verderop wordt opgebroken?
B. De bus wordt omgeleid via de Dorpsstraat. Daar is een tijdelijke bushalte gekomen. Hebt u dat niet in de krant gelezen?
A. Nee, ik had het nog niet gelezen.
B. Misschien kunt u op internet kijken of misschien heeft de chauffeur straks een folder met de belangrijkste wijzigingen.
A. Ja, dat zal ik doen. Hartelijk dank voor de informatie.
B. Graag gedaan. Kijk, daar zul je onze bus hebben.
A. Ja, zo te zien is dit de 45.



Iets leuks afspreken met een vriend.

A. Heb je zaterdagmiddag iets te doen?
B. Nee, nog niet, maar ik heb gezien dat het wel mooi weer wordt.
A. Zullen we iets leuks afspreken?
B. Dat lijkt me leuk. Heb je een voorstel?
A. Zullen we een strandwandeling gaan maken of zullen we in de stad een terrasje pakken?
B. Een strandwandeling lijkt me wel wat. 
A. Okay, dan rijden we met mijn auto naar Noordwijk. Hoe laat zal ik je komen ophalen?
B. Om een uur of half drie?
A. Prima.
B. Okay, tot zaterdag.
A. Doei!

Aan iemand de weg vragen vanuit het Volkshuis aan de Apothekersdijk naar het station.

A. Weet u misschien de kortste weg naar het station?
B. Ja, hoor. Als u hier de deur uitgaat gaat u meteen rechtsaf. Aan het eind van de Apothekersdijk gaat u weer rechtsaf. Dan gaat u linksaf over de Blauwpoortsbrug en meteen weer naar rechts over de catwalk. Dan loopt u rechtdoor en ziet u na ongeveer vijfhonderd meter vanzelf station Leiden Centraal voor u. Het is ongeveer tien minuten lopen vanaf hier.
A. Fijn, dus even herhalen, hier rechtsaf, aan het eind van de straat weer rechtsaf, over de brug rechts en vijfhonderd meter rechtdoor lopen.
B. Helemaal goed, het kan niet missen.
A. Dank u wel voor de moeite. Ik spreek nog niet zo goed Nederlands.
B. Geen probleem, graag gedaan!
A. Prettige dag nog.
B. U ook.


©1997-2019 Bizzieman.NL