Reageer 
Reageer
X
Error
X
X
_
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Options
    Edit Layout
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Options
    Leeg Venster
    Edit Layout
Test Window
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
Grammatica
Grammatica van het Nederlands 

Traditionele zinsontleding 


In de traditonele zinsontleding maken we een onderscheid tussen de rekenkundige ontleding en de taalkundige ontleding. De eerste verdeelt de zin naar functie in zinsdelen. De tweede benoemt de woordsoorten. We beginnen met de redekundige ontleding.

1. De redekundige ontleding 

De redekundige ontleding verdeelt de zin in zinsdelen. We onderscheiden de volgende zinsdelen:

1.1. De persoonsvorm
1.2. Het onderwerp 
1.3. Het werkwoordelijk gezegde
1.4. Het naamwoordelijk gezegde
1.5. Het lijdend voorwerp
1.6. Het meewerkend voorwerp 
1.7. Het belanghebbend voorwerp
1.8. Het voorzetselvoorwerp
1.9. De bijwoordelijke bepaling
1.10. De bepaling van gesteldheid 
1.11.De bijvoeglijke bepaling
1.12. De bijstelling 
1.13. De aangesproken persoon
1.14. Het tussenwerpsel 

1.1. De persoonsvorm

De persoonsvorm (verbum finitum)  is het belangrijste zinsdeel van de zin. We kunnen de persoonsvorm op drie manieren vinden:

A. Zet de zin in een andere tijd. Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm.
B. Verander het geslacht. Zet de zin van het enkelvoud in het meervoud of andersom. Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm.
C. Zet de zin in de vragende vorm. Het werkwoord dat nu voorop komt te staan is de persoonsvorm.

1.2. Het onderwerp 

Het onderwerp (subject) van een zin kun je vinden door de vraag te stellen: wie of wat + persoonsvorm.








2. De taalkundige ontleding

2.1. Het lidwoord 
2.2. Het zelfstandig naamwoord
2.3. Het bijvoeglijk naamwoord
2.4. Het werkwoord
2.5. Het persoonlijk voornaamwoord 
2.6. Het bezittelijk voornaamwoord 
2.7. Het aanwijzend voornaamwoord 
2.8. Het betrekkelijk voornaamwoord 
2.9. Het vragend voornaamwoord 
2.10. Het onbepaald voornaamwoord 
2.11. Het telwoord 
2.12. Het voorzetsel 
2.13. Het bijwoord
2.14. Het voegwoord
2.15. Het tussenwerpsel




2.1. Het lidwoord: de, het en een

Het Nederlands kent drie lidwoorden, definite article, maar oh, wat levert dat kreng een problemen op voor de goed bedoelende NT2-er. Helaas vallen er weinig algemene regels te geven wanneer we een zelfstandig naamwoord laten voorafgaan door de of het. Koningin Maxima, hoe goed onderwezen ook heeft er als zij onvoorbereid moet spreken nog moeite mee. Nee, dan hebben de Engelsen het een stuk makkelijker, die kunnen overal hetzelfde bepaalde lidwoord the bezigen.

Zeer frustrerend voor de NT2-er is dat kinderen van twee jaar zonder mankeren het goede lidwoord weten te gebruiken terwijl ze het probleem zelf maar niet kunnen tackelen.

Helaas is het zo dat het bepaald lidwoord nogal wat consequenties heeft voor andere woordsoorten:

- Het bijvoeglijk naamwoord, adjectief, krijgt het bijvoeglijk naamwoord wel op geen buigings e? De oude boom - een oude boom versus ihet nieuwe huis - een nieuw huis.

- het bezittelijk voornaamwoord,  pronomen possessivum: ons of onze, de woorden krijgen onze bij het onbepaald lidwoord de fiets, onze fiets en ons bij de woorden ons: het huis, ons huis

- het aanwijzend voornaamwoord, pronomen demonstrativum, deze en die voor de-woorden en dit en dat voor het-woorden.

- het betrekkelijk voornaamwoord, pronomen relativum, die of dat bij het begin van een bijzin: de reis, die ik mijn hele leven al wil maken en het tv-programma, dat ik vanavond wil zien.

-welk of welke, het vragend voornaamwoord,  pronomen interrogativum, de-woorden krijgen welke en het-woorden welk

-elk of elke, het onbepaald voornaamwoord, pronomen indefinitum, idem als welk/welke.

Al onze diminutieven, verkleinwoorden krijgen het bepaald lidwoord het, zoals het fietsje, het wieltje, het poppetje, het pompje.

Alle namen van groente en fruit zijn de-woorden: de spinazie, de aardappel, de tomaat, de banaan, de kiwi, de framboos.

Moet u een tekst schrijven dan heeft u even de tijd en kunt u het geslacht van het zelfstandig naamwoord opzoeken. Moet u spreken dan heeft u amper tijd om na te denken over het geslacht van een woord. Alleen oefening baart kunst, zowel passief als actief. Wel handig als  u in het bezit bent van een smartphone: Download de app de of het.

2.2 Het zelfstandig naamwoord 


In het Nederlands zijn verreweg de meeste woorden zelfstandige naamwoorden (substantieven). Je kunt ze vaak herkennen aan de mogelijkheid er een lidwoord voor te zetten of het woord in het meervoud te zetten.

2.3 Het bijvoeglijk naamwoord 

Het bijvoeglijk naamwoord zegt meestal iets over een zelfstandig naamwoord. Net zoals met een schilderachtige geef je met bijvoeglijke naamwoorden kleur geven aan taal.

2.4. Het werkwoord 

De meeste werkwoorden zijn zelfstandige werkwoorden.

Daarnaast onderscheiden we hulpwerkwoorden:

Zijn 
Hebben 
Worden

Modale hulpwerkwoorden:

Kunnen
Mogen
Moeten 
Willen
Zullen 
(niet) hoeven (te)

Koppelwerkwoorden 

Zijn 
Worden
Blijven
Blijken
Lijken
Schijnen
Heten
Dunken
Voorkomen

2.11. Het telwoord 

In het Nederlands maken we onderscheid tussen vier soorten telwoorden te weten: 

Het bepaald hoofdtelwoord (numerale)

Een, twee, drie etc. Deze reeks is in principe oneindig.

Het onbepaald hoofdtelwoord

Veel, weinig, enkele, enige, andere, sommige.

Het bepaald rangtelwoord (ordinale)

Eerste, tweede, derde etc.

Het  onbepaald rangtelwoord

Zoveelste, hoeveelste, middelste, laatste.


2.12. Het voorzetsel 

Het voorzetsel (prepositie) zegt meestal iets over de plaats of de tijd. Ik som de meest voorkomende voorzetsels hier in alfabetische volgorde voor u op:

Aan
Achter 
Behalve
Beneden
Bij 
Binnen
Boven
Buiten
Door
Gedurende
In
Langs
Met
Na
Naar
Naast
Om
Omstreeks 
Omtrent
Ondanks 
Onder
Op
Over 
Per
Rond
Sedert
Sinds
Te
Tegen
Ten
Ter 
Tot
Tussen 
Uit
Van 
Vanaf
Via
Volgens 
Voor
Wegens
Zonder

Er zijn in het Nederlands veel afkortingen. Vele daarvan beginnen met een voorzetsel. Hier volgt een alfabetische lijst van afkortingen en hun betekenis.
Geadviseerd wordt om zo min mogelijk afkortingen te gebruiken tenzij u zeker weet dat de lezer de afkortingen kent.

A.d.h.v. Aan de hand van
A.g.v. Als gevolg van
A.h.w. Als het ware
B.g.g. Bij geen gehoor 👂 
Bijv./bv. Bijvoorbeeld 
D.m.v. Door middel van 
D.w.z. Dat wil zeggen
E.e.a. Een en ander
E.v.a. En vele anderen
I.h.a. In het algemeen 
I.o.v. In opdracht van
I.v.m. In verband met
M.a.w. Met andere woorden 
M.b.v. Met behulp van
M.d.a. Met dank aan
M.i.v. Met ingang van 
M.m.v. Met medewerking van
M.n. Met name
M.u.v. Met uitzondering van 
N.a.v. Naar aanleiding van
O.g.v. Op grond van
O.l.v. Onder leiding van 
O.v. Onder voorbehoud 
P.p. Per persoon
T.a.v. Ten aanzien van
T.a.v. Ter attentie van
T.e.a.b. Tegen elk aannemelijk bod
T.n.o. Tot nader order 
T.g.v. Ten gevolge van
T.g.v. Ter gelegenheid van 
T.h.v. Ter hoogte van
T/m Tot en met 
T.o.a.Ter overname aangeboden 
T.o.v. Ten opzichte van
Z.g.a.n. Zo goed als nieuw 
Z.o.z. Zie ommezijde
Z.s.m. Zo spoedig mogelijk 

Alfabetische lijst van onregelmatige werkwoorden.

Onregelmatige werkwoorden krijgen klinkerverandering. Dit noemen we ook wel ablaut.  U zult ze uit het hoofd moeten leren. Het aantal onregelmatige werkwoorden staat vast en zal in de toekomst niet groter worden. Er komen geen nieuwe onregelmatige werkwoorden bij. Prettig voor u om te weten.



A

B
Baden 🛀 -baadde-heb gebaden.
Bakken 🍳 -bakte-heb gebakken.
Bannen-bande- heb/ben gebannen.
Bederven-bedierf-heb bedorven.
Bedriegen-bedroog-heb/ben bedrogen.
Beginnen-begon-ben begonnen.
Begrijpen-begreep-heb begrepen.
Behangen-behangde-heb/ben behangen.
Bergen-borg-heb/ben geborgen.
Bevelen-beval -heb/ben bevolen.
Bewegen-bewoog-heb bewogen.
Bezitten-bezat-heb bezeten.
Bezwijken-bezweek-ben bezweken.
Bidden-bad-heb gebeden.
Bieden-bood-heb geboden.
Bijten-beet-heb/ben gebeten.
Bieden-bood-heb/ben gebonden.
Blazen-blies-heb geblazen.
Blijken-bleek-is gebleken.
Blinken-blonk-heb geblonken.
Blijven-bleef-ben gebleven.
Braden-braadde-heb gebraden.
Breken-brak-heb gebroken.
Brengen-bracht-heb/ben gebracht.
Brouwen-brouwde-heb gebrouwen.
Buigen-boog- heb gebogen.

C

D
Denken-dacht-heb gedacht.
Dringen-drong-heb gedte ongen 
Doen-deed-heb gedaan.
Dragen-droeg-heb/ben gedragen.
Drijven-dreef-heb gedreven.
Dringen-drong-heb gedrongen.
Drinken-dronk-heb gedronken.
Druipen-droop-heb gedropen.
Duiken-dook-heb gedoken.
Durven-durfde/dorst-heb gedurfd.
Dwingen-dwong-heb/ben gedwongen.

E
Ervaren-ervoer/ervaarde-heb ervaren.
Eten-at-heb gegeten.

F
Fluiten-floot-heb gefloten.

G
Gaan-ging-ben gegaan.
Gelden-gold-heb gegolden.
Genezen-genas-ben/hebgenezen.
Genieten-genoot-heb genoten.
Geven-gaf-heb gegeven.
Gieten-goot-heb gegoten.
Glijden-gleed-heb/ben gegleden.
Glimmen-glom-heb geglommen.
Graven-groef-heb gegraven.
Grijpen-greep-heb/ben gegrepen.

H
Hangen-hing-heb gehangen.
Hebben-had-heb gehad.
Heffen-hief-heb geheven.
Helpen-hielp-heb/ben geholpen.
Heten-heette-heb geheten.
Hijsen-hees-heb gehesen.
Hoeven-hoefde-heb gehoeven.
Houden-hield-heb gehouden.
Houwen-houwde-heb gehouwen.

I

J
Jagen-joeg-heb gejaagd.

K
Kiezen-koos-heb/ben gekozen.
Kijken-keek-heb gekeken.
Klimmen-klom-hebgeklommen.
Klinken-klonk-heb geklonken.
Kluiven-kloof-heb gekloven.
Knijpen-kneep-heb/ben geknepen.
Komen-kwam-ben gekomen.
Kopen-kocht-heb gekocht.
Krijgen-kreeg-heb gekregen.
Krimpen-kromp-ben gekrompen.
Kruipen-kroop-heb/ben gekropen.
Kunnen-kon-heb gekund.
(Zich) Kwijten van-kweet-heb gekweten.

L
Lachen 😁- lachte-heb gelachen.
Laden-laadde-heb geladen.
Laten-liet-heb gelaten.
Lezen-las-heb gelezen.
Liegen-lag-heb gelogen.
Liggen-lag-heb gelegen.
Lijden-leed-heb geleden.
Lijken-leek-heb geleken.
Lopen-liep-heb/ben gelopen.

M
Malen-maalde-heb gemalen.
Melken-molk-heb gemolken.
Meten-mat-heb gemeten.
Mijden-meed-heb gemeden.
Moeten-moest-heb gemoeten.
Mogen-mocht-heb gemogen.

N
Nemen-nam-heb genomen.
Nijgen-neeg-ben genegen.

O
Onderwerpen-onderwierp-heb onderworpen.
Onderzoeken-onderzocht-heb/ben onderzocht.
Ontduiken-ontdook-heb/ben ontdoken.
Ontginnen-ontgon-heb/is ontgonnen.
Ontluiken-ontlook-is ontloken.
Ontwerpen-ontwierp-heb ontworpen.
Overlijden-overleed-is overleden.

P
Pluizen-ploos-heb geplozen.
Prijzen-prees-heb geprezen.

R
Raden-ried/raadde- heb geraden.
Rijden-reed-heb/ben gereden.
Rijden-reed-heb geregen.
Rijden-reed-heb gereten.
Rijzen-rees-heeft/is gerezen.
Roepen-riep-heb/ben geroepen.
Ruiken-rook-heb geroken.

S
Scheiden-scheidde-heb/ben gescheiden.
Schelden-schold-heb gescholden.
Schenden-schond-heeft/is geschonden.
Schenken-schonk-heb geschonken.
Scheppen-schiep-heb geschapen.
Scheren-schoor-heb/ben geschoren.
Schieten-schoot-heb geschoten.
Schijnen-scheen-heeft geschenen.
Schijnen-scheen-heeft gescheten.
Schrijven-schreef-heb geschreven. 
Schrikken-schrok- ben geschrokken.
Schuilen-school/schuilde-heb gescholen/geschuild.
Schuiven-schoof-heb/ben geschoven.
Slaan-sloeg-heb/ben geslagen.
Slapen-sliep-heb geslapen.
Slijpen-sleep-heb geslepen.
Slijten-sleet- het gesleten.
Slinken-slonk-is geslonken.
Sluipen-sloop-ben/heb geslopen.
Sluiten-sloot-heb gesloten.
Smelten-smolt-heb/is gesmolten.
Smijten-smeet-heb gesmeten.
Snijden-sneed-heb gesneden.
Snuiten-snoot-heb gesnoten.
Snuiven-snoof-heb gesnoven.
Spijten- speet-heeft gespeten.
Spinnen-spon-heb gesponnen.
Spreken-sprak-heb gesproken.
Springen-sprong-heb gesprongen.
Spuiten-spoot-heb gespoten.
Staan-stond-heb gestaan.
Steken-stak-heb/ben gestoken
Stelen-stal-heb gestolen.
Sterven-stierf-is gestorven.
Stinken-stonk-heeft gestonken.
Stoten-stiet/stootte-heb gestoten.
Strijden-streed-heb gestreden.
Strijken-streek-heb gestreken.
Stijgen-steeg-ben gestegen.
Stuiven-stoof-heb/ben gestoven.

T
Treden-trad-ben getreden.
Treffen-trof-heb getroffen.
Trekken-trok-heb getrokken.

V
Vallen-viel-ben gevallen.
Vangen-ving-heb gevangen.
Varen-voer/vaarde-heb/ben gevaren.
Vechten-vocht-heb gevochten.
Verbieden-verbood-heb/is verboden.
Verbinden-verbond- ben verbonden
Verbuigen-verboog-heb verbogen.
Verdrieten-verdroot-heb vergroten.
Verdwijnen-verdween- ben verdwenen.
Vergeten-vergat-heb/ben vergeten.
Verkiezen-verkoos-heb/ben verkozen.
Verkopen-verkocht- heb verkocht.
Verliezen-verloor- heb verloren.
Vermijden-vermeed-heb vermeden.
Verraden-verried/verraadde-heb/ben verraden.
Verschijnen- verscheen-ben verschenen.
Verstaan-verstond-heb verstaan.
Vertrekken-vertrok-ben vertrokken.
Vinden-vond-heb/ben gevonden.
Vlechten-vlocht-heb gevlochten.
Vliegen-vloog-heb gevlogen.
Vouwen-vouwde-heb gevouwen.
Vragen-vroeg-heb/ben gevraagd.
Vreten-vrat- heb gevreten.
Vriezen-vroor-heeft gevroren.
Vrijen-vree/vrijde-heb gevrijd/gevreeën.

W
Wassen-waste-heb/ben gewassen.
Wegen-woog-heb gewogen.
Werpen-wierp-heb geworpen.
Werven-wierf/werfde-heeft geworven.
Weven-weefde-heb geweven.
Wijken-week-ben geweken.
Wijten-weet-heb geweten.
Wijzen-wees-heb gewezen.
Winden-won-heb gewonden.
Winnen-won-heb gewonnen.
Worden-werd-ben geworden.
Wrijven-wreef-heb gewreven. 
Wringen-wrong-heb gewrongen.

X

Y

Z
Zeggen-zei-heb gezegd.
Zeiken-zeek-heb gezeken.
Zenden-zond-heb gezonden.
Zijn-was/waren-ben geweest.
Zien 🙈 -zag- heb gezien.
Zijgen-zeeg-ben gezegen.
Zingen-zong-heb gezongen.
Zinken-zonk-ben gezonken.
Zinnen-zon-heb gezonnen.
Zitten-zat-heb gezeten.
Zoeken-zocht-heb gezocht.
Zuigen-zoog-heb gezogen.
Zuipen-zoop-heb gezopen.
Zwelgen-zwolg- ben gezwolgen.
Zwellen-zwol-is gezwollen.
Zwemmen-zwom-heb gezwommen.
Zweren-zwoer-heb gezworen.
Zwerven-zwierf-heb gezworven.
Zwijgen-zweeg-heb gezwegen.

Onregelmatige werkwoorden met een voorvoegsel en scheidbaar samengestelde werkwoorden zijn niet in deze lijst opgenomen. Kijk hiervoor naar het hoofdwerkwoord.

Alfabetische lijst van scheidbaar samengestelde werkwoorden 

Meestal is het prefix een voorzetsel, in mindere gevallen is het prefix een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord. Het procédé voor de vorming van nieuwe scheidbaar samengestelde werkwoorden is nog steeds productief getuige woorden uit de computerbranche als inloggen en uitloggen.

Goed onthouden: Werkwoorden die beginnen met het prefix af-, bij-, in-, uit-, op, mee-, tegen- tussen-, terug- neer- en mis- zijn altijd scheidbaar.

Aanaarden 
Aanbakken
Aanbehoren
Aanbelanden
Aanbelangen 
Aanbellen 
Aanbenen 
Aanbermen 
Aanbesteden
Aanbetalen
Aanbevelen
Aanbewijzen
Aanbieden
Aanbijten
Aanbinden 
Aanblaffen
Aanblazen 
Aanblijven 
Aanblikken 
Aanboren 
Aanbouwen 
Aanbraden
Aanbranden 
Aanbreien 
Aanbreken
Aanbrengen
Aandammen 
Aandienen 
Aandikken
Aandoen
Aandouwen 
Aandraaien 
Aandragen
Aandrijven
Aandringen 
Aandrukken 
Aandrijven 
Aandringen 
Aandrukken 
Aanduiden 
Aandurven
Aanduwen 
Aandweilen 
Aaneenbinden 
Aaneendrukken
Aaneenflansen 
Aaneengroeien 
Aaneenhangen 
Aaneenhechten 
Aaneenhouden 
Aaneenknopen 
Aaneenkoppelen 
Aaneenrijgen 
Aaneenschakelen 
Aaneenschrijven 
Aaneensluiten 
Aaneensmeden
Aanflitsen 
Aanfloepen 
Aangaan
Aangapen
Aangeven
Aangieten 
Aangorden
Aangrijnzen 
Aangrijpen
Aangroeien
Aanhaken
Aanhalen
Aanharken
Aanhebben 
Aanhechten 
Aanheffen 
Aanhikken 
Aanhitsen 
Aanhoren 
Aanhouden
Aanjagen
Aankaarten 
Aankachelen 
Aankakken 
Aankeffen
Aankijken 
Aanklagen
Aanklampen
Aankleden 
Aankleven 
Aanklikken 
Aanklooien 
Aankloppen 
Aankloten 
Aanknippen
Aanknoeien 
Aanknopen 
Aankoeken
Aankoersen
Aankoken
Aankomen
Aankondigen 
Aankopen
Aankoppelen 
Aankrijgen 
Aankruisen 
Aankunnen
Aankweken 
Aanlachen
Aanlanden 
Aanlaten 
Aanleggen 
Aanlengen 
Aanleren
Aanleunen 
Aanleveren 
Aanlichten 
Aanliggen
Aanlijmen 
Aanlokken 
Aanlopen
Aanmaken
Aanmanen 
Aanmatigen 
Aanmelden 
Aanmengen 
Aanmeren
Aanmerken
Aanmeten 
Aanmodderen 
Aanmoedigen 📣 
Aanmonsteren 
Aanmunten 
Aannaaien 
Aannemen
Aanpakken
Aanpassen 
Aanpezen 
Aanplakken
Aanplanten 
Aanporren 
Aanpoten 
Aanpraten 
Aanprijzen
Aanpunten 
Aanraden
Aanraken 
Aanranden 
Aanrechten 
Aanreiken
Aanrekenen
Aanrichten 
Aanrijden
Aanrijgen 
Aanroepen
Aanroeren 
Aanrommelen 
Aanrotzooien 
Aanrukken 
Aanschaffen 
Aanschakelen 
Aanscherpen 
Aanschieten 
Aanschikken 
Aanschrijven 
Aanschroeven
Aanschuiven 
Aansjorren 
Aanslaan
Aanslepen 
Aanslibben 
Aanslijpen 
Aansluipen 
Aansluiten 
Aansmeren 
Aansnijden 
Aansnoeren 
Aanspannen
Aanspelen 
Aanspoelen
Aansporen 
Aanspreken
Aanstaan
Aanstampen 
Aanstaren
Aansteken
Aanstellen
Aansterken 
Aanstevenen 
Aanstichten 
Aanstiefelen 
Aanstippen 
Aanstoken 
Aanstormen 
Aanstoten 
Aanstrepen 
Aanstrijken 
Aanstrompelen 
Aanstuiven 
Aansturen 
Aanswitchen 
Aantasten 
Aantekenen
Aantijgen 
Aantikken
Aantippen 
Aantonen 
Aantrappen 
Aantreden
Aantreffen
Aantrekken 
Aanvallen 
Aanvangen
Aanvaren 
Aanvatten 
Aanvechten
Aanvegen
Aanvinken
Aanvliegen
Aanvoelen
Aanvoeren 
Aanvragen 
Aanvreten 
Aanvullen
Aanvreten 
Aanvriezen
Aanvullen
Aanvuren 
Aanwaaien 
Aanwakkeren 
Aanwenden 
Aanwennen 
Aanwerven 
Aanwijzen
Aanwinnen 
Aanwippen 
Aanwrijven 
Aanzeggen 
Aanzetten 
Aanzien
Aan zijn 
Aanzitten 
Aanzoeken
Aanzuigen
Aanzuiveren 
Aanzwellen 
Aanzwengelen 
Abseilen 
Achteraankomen 
Achterblijven
Achterhouden
Achterlaten 
Achterliggen 
Achterlopen
Achternagaan 
Achternalopen 
Achternarijden 
Achternavaren 
Achternawijzen 
Achternazenden 
Achternazitten 
Achteromkijken
Achteromkomen 
Achteromzien 
Achteropkomen 
Achteroplopen 
Achteropraken 
Achteromlopen 
Achteroverdrukken
Achteroverhellen 
Achteroverleunen 
Achteroverslaan 
Achterovervallen 
Achterstaan
Achterstellen 
Achteruitboeren 
Achteruitgaan 
Achteruitkachelen 
Achteruitkijken 
Achteruitlopen 
Achteruitrijden 
Achteruischuiven 
Achtervolgen 
Achtervoegen 
Achter zijn 
Actievoeren 
Ademhalen 
Aderlaten 
Afbakenen 
Afbakken
Afbeelden 
Afbehandelen 
Afbekken 
Afbellen 
Afbestellen 
Afbetalen 
Afbeulen 
Afbijten 
Afbikken
Afbinden 
Afbladderen 
Afblaffen 
Afblazen
Afblijven 
Afbluffen 
Afboeken 
Afborstelen 
Afbouwen 
Afbramen 
Afbranden 
Afbreken
Afbrengen 
Afbrokkelen
Afbuigen
Afdalen 
Afdammen 
Afdanken 
Afdekken
Afdichten 
Afdingen 
Afdoen 
Afdraaien 
Afdragen
Afdreggen
Afdrijven
Afdrinken 
Afdrogen
Afdruipen 
Afdrukken
Afduwen 
Afdwalen 
Afdwingen
Afeten 
Affakkelen 
Afflikkeren 
Affluiten 
Afgaan 
Afgelasten
Afgeven
Afgieten 
Afglijden 
Afgooien
Afgraven 
Afgrendelen 
Afhaken
Afhakken 
Afhalen
Afhandelen
Afhangen 
Afhappen 
Afharen 
Afhebben
Afhechten 
Afhellen 
Afhelpen 
Afhouden
Afhouwen 
Afhuren
Afkaarten
Afkalven 
Afkammen 
Afkappen 
Afkatten 
Afkeren 
Afketsen 
Afkeuren
Afkicken 
Afkijken
Afkleden 
Afklemmen 
Afkloppen 
Afkluiven 
Afknappen 
Afknijpen 
Afknippen 
Afkoelen
Afkoersen 
Afkoken
Afkolven 
Afkomen 
Afkondigen 
Afkopen
Afkoppelen 
Afkorten
Afkrabben 
Afkraken 
Afkrijgen 
Afkruisen 
Afkunnen 
Afladen 
Aflakken 
Aflaten
Aflazeren 
Aflebberren 
Afleggen 
Afleiden 
Afleren 
Afleveren 
Aflezen 
Aflikken 
Aflopen
Aflossen
Afluisteren
Afmaken 
Afmarcheren 
Afmatten 
Afmelden 
Afmeren 
Afmeten 
Afmonsteren 
Afmonteren 
Afnemen
Afnokken 
Afpakken 
Afpassen 
Afpeigeren 
Afperken 
Afpersen 
Afpikken 
Afplakken
Afplatten 
Afplukken 
Afpoeieren 
Afprijzen
Afraden 
Afraffelen 
Aframmelen 
Afranselen 
Afreageren 
Afregelen 
Afreizen 
Afrekenen 
Afremmen 
Africhten
Afrijden 
Afritsen 
Afroepen 
Afromen 
Afronden
Afrossen
Afruilen 
Afruimen
Afrukken
Afsappelen 
Afschaffen 
Afschakelen 
Afscheiden
Afschepen 
Afscheuren
Afschermen 
Afscheuren 
Afschieten 
Afschilderen 
Afschminken 
Afschrapen 
Afschrijven 
Afschrikken 
Afschudden 
Afschuimen 
Afschuinen 
Afschuiven
Afschuren 
Afschutten 
Afserveren 
Afslaan 
Afslachten 
Afslanken 
Afslijpen
Afslijten 
Afsloven 
Afsluiten
Afsmeken 
Afsnauwen 
Afsnijden 
Afsnoepen 
Afsnoeren 
Afsnuiten 
Afspannen
Afspelen
Afspiegelen 
Afspoelen 
Afspreken
Afspringen 
Afstaan
Afstammen
Afstanddoen 
Afstandnemen 
Afstappen 
Afsteken 
Afstellen
Afstemmen
Afstempelen 
Afsterven 
Afstevenen 
Afstoffen 
Afstompen 
Afstoppen 
Afstormen 
Afstoten 
Afstraffen 
Afstralen
Afstrepen 
Afstrijken 
Afstromen 
Afstrompelen 
Afstropen
Afstruinen 
Afstuderen 🎓 
Afstuiten 
Afstuiven 
Aftaaien 
Aftakelen 
Aftappen 
Aftasten 
Aftekenen 
Aftellen 
Aftikken
Aftippen 
Aftobben 
Aftonnen 
Aftoppen 
Aftrainen
Aftrappen 
Aftreden 
Aftrekken
Aftroeven 
Aftroggelen 
Aftuigen 
Afvaardigen 
Afvallen
Afvangen 
Afvaren 
Afvegen
Afvinken 
Afvlakken 
Afvloeien 
Afvoeren 
Afvragen
Afvrijen 
Afvriezen 
Afvullen 
Afvuren 
Afwaaien 
Afwaarderen
Afwachten 
Afwassen
Afwateren 
Afwegen 
Afweken 
Afwenden
Afwentelen 
Afweren 
Afwerken
Afweten 
Afwijken 
Afwijzen 
Afwikkelen 
Afwimpelen 
Afwisselen 
Afwrijven 
Afzagen 
Afzakken 
Afzeggen
Afzeiken 
Afzenden 
Afzetten 
Afzichten 
Afzien
Af zijn
Afzinken 
Afzoeken
Afzoenen 
Afzonderen 
Afzuigen
Afzwaaien
Afzwakken
Afzwemmen 
Afzweren
Armpje drukken 
Autorijden 
Baanbreken 
Beethebben 
Beethouden 
Beetnemen 
Beetpakken 
Bekendmaken 
Bekendstaan 
Belangstellen 
Bellenblazen 
Bereidverklaren 
Bezighouden 
Bezigzijn 
Bijbenen 
Bijbetalen 
Bijbeunen
Bijblijven 
Bijboeken 
Bijbouwen
Bijbrengen
Bijdraaien 
Bijdragen
Bijdrukken 
Bijeenbrengen 
Bijeenhouden 
Bijeenkomen 
Bijeenroepen 
Bij elkaar houden 
Bij elkaar komen 
Bijgieten 
Bijgooien
Bijhalen
Bijhangen 
Bijharken 
Bijhebben 
Bijhouden
Bijkletsen 
Bijklussen
Bijknippen
Bijkomen
Bijkopen
Bijladen 
Bijlappen 
Bijleggen
Bijleren 
Bijlezen 
Bijlichten 
Bijliggen
Bijlopen
Bijpassen
Bijplaatsen 
Bijplakken
Bijplanten
Bijpompen 
Bijpraten 
Bijrekenen
Bijremmen 
Bijschaven 
Bijschijnen
Bijscholen
Bijschenken 
Bijscholen 
Bijschrijven
Bijsnijden
Bijschuiven 
Bijsloffen 
Bijsluiten 
Bijsnijden
Bijspijkeren 
Bijspringen 
Bijstaan 
Bijstellen
Bijstrepen 
Bijsturen 
Bijtanken
Bijtekenen
Bijtellen 
Bijtikken
Bijtrekken
Bijvallen
Bijverdienen
Bijvoegen 
Bijvoeren 
Bijwerken 
Bijwonen 
Bijzetten 
Bijzijn 
Bijzitten 
Binnenblijven 
Binnenbrengen 
Binnendrijven
Binnendringen 
Binnendruppelen 
Binnengaan 
Binnenhalen 
Binnenhouden
Binnenklimmen
Binnenkomen
Binnenkrijgen 
Binnenlaten 
Binnenlopen
Binnenschuiven 
Binnenslepen 
Binnensmokkelen 
Binnenspelen 
Binnenstappen 
Binnenstormen 
Binnenstromen 
Binnentreden 
Binnentrekken 
Binnenvallen
Binnenvaren 
Binnenschuiven 
Binnenstromen 
Binnenzakken
Binnenzijn 
Blindstaren 
Blootgeven 
Blootleggen 
Blootstaan 
Blootstellen 
Boekhouden 
Botvieren
Bovenblijven 
Bovendrijven 
Bovenhalen 
Bovenkomen 
Brandstichten
Breedmaken 
Broodbakken 
Buikschuiven 
Buitenhouden
Buitensluiten 
Buitenspelen
Buitenstaan 
Buitenzetten 
Buiten zijn 
Buitmaken 
Contacthouden
Contactleggen 
Contactmaken 
Daarlaten 
Deelhebben 
Deelnemen
Dichtbinden 
Dichtdoen 
Dichtdraaien 
Dichtgaan 
Dichthebben
Dichthouden 
Dichtklappen 
Dichtknijpen 
Dichtlassen
Dichtlaten 
Dichtmaken
Dichtnaaien
Dichtplakken
Dichtritsen
Dichtschroeien 
Dichtschuiven 
Dichtslaan 
Dichtslibben 
Dichtsmeren 
Dichtstoppen
Dichttimmeren 
Dichttrekken
Dichtvouwen
Dichtvriezen
Dichtwaaien 
Dicht zijn 
Dienstdoen 
Dienstweigeren 
Diepvriezen 
Discuswerpen 
Doofhouden 
Doodbijten 
Doodblijven 
Doodbloeden 
Doodergeren 
Doodgaan
Doodgooien 
Doodhouden 
Doodlachen 
Doodlopende
Doodmaken 
Doodrijden 
Doodschamen 
Doodschieten 
Doodsteken  
Doodslaan
Doodspelen 
Doodsteken 
Doodvallen 
Doodvervelen 
Doodvriezen 
Dood zijn 
Doodzwijgen
Doorademen
Doorberekenen 
Doorbetalen 
Doorbijten
Doorbladeren 
Doorboeken 
Doorbouwen
Doorbranden 
Doorbrengen 
Doorbuigen 
Doordenderen 
Doordraaien 
Doordrammen
Doordraven 
Doordrijven
Doordringen 
Doordrukken 
Doorduwen 
Dooreenlopen 
Door elkaar gooien 
Door elkaar halen 
Dooreten 
Dooretteren 
Doorgaan 
Doorgeven 
Doorgraven 
Doorgroeien 
Doorhakken 
Doorhalen 
Doorhebben 
Doorkijken 
Doorklappen 
Doorkiezen 
Doorklikken 
Doorklinken 
Doorknippen 
Doorkomen
Doorkoppelen
Doorkrijgen 
Doorlaten 
Doorleren 
Doorlezen 
Doorlichten
Doorliggen 
Doorlinken
Doorlullen
Doormaken 
Doormelden 
Doormailen
Doormeten
Doormodderen 
Doornemen 
Doorpakken 
Doorplaatsen 
Doorpompen 
Doorpraten 
Doorprikken 
Doorrekenen 
Doorrennen 
Doorrijden 
Doorschakelen 
Doorschemeren 
Doorscheuren 
Doorschieten
Doorschijnen 
Doorschuiven 
Doorseinen 
Doorslaan
Dooslikken 
Doorsluizen 
Doorsmeren 
Doorsnijden 
Doorsparen 
Doorspelen 
Doorspitten 
Doorspoelen 
Doorspreken 
Doorspuiten 
Doorspreken
Doorstarten 
Doorsteken 
Doorstoken 
Doorstoten 
Doorstrepen 
Doorstromen 
Doorstuderen 
Doorsturen 
Doortasten
Doortikken 
Doortrappen 
Doortrekken 
Doorverbinden 
Doorverkopen 
Doorvertellen 
Doorverwijzen 
Doorvlechten 
Doorvliegen 
Doorvloeien 
Doorvoeren
Doorvragen 
Doorvriezen 
Doorwaden 
Doorwerken
Doorworstelen 
Doorzagen
Doorzakken
Doorzenden 
Doorzetten
Doorzijgen
Door zijn
Doorzitten 😣 
Doorzwammen 
Draadsnijden 
Droogdeppen 
Droogdweilen
Drooghouden 
Droogkoken
Droogleggen 
Drooglopen 
Droogvallen 
Droogzetten 
Droogzwemmen 
Droogzwieren 
Droog zijn
Dubbeldippen
Dubbelslaan
Dubbelvouwen 
Duidelijkmaken 
Duidelijkzijn 
Dwarsliggen 
Dwars zijn 
Dwarszitten 
Eens zijn 
Eenworden 
Eraan gaan
Erbij lappen
Erbij zijn
Erin lopen
Ernaast zitten
Ertussendoor glippen 
Ertussen nemen
Ertussenuit gaan 
Ertussenuit halen 
Ertussenuit knijpen
Ertussenuit piepen 
Eruitkomen 
Eruitzien 
Ervandoor gaan
Feestvieren 🎉 
Fijnhakken 
Fijnkauwen 
Fijnknijpen 
Fijnknippen 
Fijnmaken 
Fijnmalen 
Fijnscheuren 
Fijnslaan 
Fijnsnijden 
Fijnstampen 
Fijntrappen 
Fijnwrijven 
Flauwvallen 
Fluitspelen 
Foutparkeren 
Gaarkoken
Gaarstomen
Gaar zijn 
Gadeslaan 
Garantstaan 
Garantstellen 
Gasgeven 
Gebruikmaken 
Geheimhouden 
Gelijkgeven 
Gelijklopen 
Gelijkmaken 
Gelijkschakelen 
Gelijkspelen 
Gelijkstaan 
Gelijkstellen 
Gelijkstellen
Gelijkzetten
Gelukwensen 
Gereedhouden 
Gereedkomen
Gereedmaken
Gereedstaan 
Gereedzetten 
Gereed zijn 
Geruststellen 
Gevangenhouden 
Gevangennemen 
Gevangenzetten 
Gewaarworden 
Gitaarspelen 🎸 
Gladmaken 
Gladstrijken 
Gladwrijven 
Glad zijn 
Glasblazen 
Goedachten 
Goeddunken 
Goed hebben 
Goedhouden
Goedkeuren 
Goedmaken 
Goedpraten 
Goedrekenen
Goedvinden
Goedzetten
Goed zijn 
Grasmaaien 
Grijsrijden 
Grijswerken 
Grijs zijn 
Grootbrengen
Groothouden 
Groot zijn
Handeldrijven 
Hard gaan 
Hardlopen 🏃 
Hardmaken
Hardrijden 
Hard zijn
Heengaan
Heenlopen
Heenrijden
Heensturen 
Heenvlieden 
Heetlopen 
Heetmaken 
Heet zijn 
Helder krijgen 
Hoogachten 
Hooghouden
Hoogzitten 
Houthakken 
Huishouden
Hulpverlenen 
Inademen 
Inbakeren 
Inbedden 
Inbeelden 
Inbellen 
Inbeuken 
Inbinden
Inblazen
Inblikken 
Inboeken
Inboezemen 
Inbouwen 
Inbranden
Inbreien 
Inbreken
Inbrengen
Inburgeren
Incalculeren 
Inchecken 
Indalen
Indammen 
Indelen
Indekken 
Indenken
Indeuken
Indienen 
Indommelen
Indragen
Indraaien
Indrijven
Indringen 
Indrinken
Indrogen
Indruisen 
Indrukken
Indruppelen 
Indutten 
Ineenduiken 
Ineengrijpen 
Ineensmelten 
Ineenstorten 
Ineenstrengelen
Ineenstorten
Ineenvallen 
Ineenzakken 
In elkaar storten 
In elkaar timmeren 
In elkaar vallen
In elkaar zetten 
Inenten 
Influisteren 
Ingaan 
Ingeven
Ingieten 
Inglijden
Ingooien
Ingraven 
Ingraveren 
Ingrijpen 
Ingroeven 
Inhaken
Inhalen
Inhangen 
In hebben 
Inhouden 
Inhouwen 
Inhuldigen 
Inhullen 
Inhuren 
Inkaderen 
Inkapselen 
Inkerven
Inkijken 
Inklappen
Inklaren
Inkleuren 
Inklimmen 
Inklinken 
Inklokken 
Inknijpen 
Inknippen 
Inkoken
Inkomen 
Inkopen 
Inkoppen
Inkorten 
Inkrimpen
Inkruipen 
Inkrullen
Inkwartieren 
Inladen
Inlassen 
Inlaten 
Inleggen 
Inleiden
Inleggen
Inleven
Inleveren
Inlezen
Inlichten
Inlijsten 
Inlijven
Inloggen
Inlopen
Inlossen
Inloten 
Inluiden 
Inluizen 
Inmaken
Inmengen 
Innemen
Inoliën 
Inpakken 
Inpalmen 
Inparkeren
Inpassen 
Inpekelen 
Inpeperen
Inperken
Inpikken
Inplakken 
Inplannen 
Inplanten 
Inplooien 
Inloggen
Inpolderen 
Inpompen 
Inpraten 
Inprenten 
Inprikken
Inregenen 
Inreizen 
Inrekenen 
Inrichten 
Inrijden 
Inroepen 
Inroosteren 
Inruilen
Inruimen
Inrukken 
Inschakelen 
Inschatten 
Inschenken 
Inschepen 
Inscheuren
Inschieten
Inschrijven
Inschroeven 
Inschuiven
Inslaan
Inslapen 
Inslijpen
Inslikken 
Insluiten 
Insluimeren 
Insmeren 
Insneeuwen 
Insnijden
Insnoeren 
Insnuiven 
Inspannen 
Inspelen
Inspreken 
Inspringen 
Inspuiten 
Instaan 
Instampen 
Instappen 
Insteken
Instellen 
Instemmen 
Instoppen 
Instorten 
Instralen
Instromen 
Instuderen 
Instuiven 
Instulpen 
Insturen 
Intapen 
Intekenen 
Intikken
Intillen 
Intimmeren 
Intoetsen 
Intomen 
Intrappen 
Intreden
Intrekken
Intuigen 
Intypen 
Invallen
Invaren 
Invetten 
Invliegen 
Invoegen 
Invoelen 
Invoeren 
Invorderen  
Invreten 
Invriezen 
Invullen 
Inwaaien
Inwachten
Inwassen
Inwerken
Inwerpen 
Inwijden
Inwijken 
Inwikkelen 
Inwilligen 
Inwisselen 
Inwonen 
Inwrijven 
Inzaaien
Inzakken
Inzamelen 
Inzegenen 
Inzenden 
Inzepen 
Inzetten 
Inzien 
Inzijn
Inzoemen 
Inzouten
Inzwemmen 
Inzweren 
Kaalplukken 
Kaalslaan 
Kaartlezen 
Kaartspelen 
Kansmaken
Kapotgaan 
Kapotgooien 
Kapotmaken 
Kapotslaan 
Kapotvriezen 
Kapotzitten
Kennisnemen 
Kietspelen 
Klaarhebben 
Klaarhouden
Klaarkomen
Klaarkrijgen
Klaarleggen 
Klaarmaken
Klaarspelen
Klaarstaan
Klaarstomen 
Klaarzetten 
Klaar zijn
Klaarzitten
Kleinkrijgen 
Kleinzijn
Klemzetten 
Kleurbekennen 
Koelhouden 
Koffiedrinken 
Koffiezetten 
Kogelstoten 
Kopjeduikelen 
Korthouden 
Kortknippen 
Kortsluiten
Kort zijn
Kouvatten 
Koudhouden 
Koudmaken
Kort zijn 
Krombuigen
Kromlachen 
Kromliggen
Kromtrekken 
Kuitschieten 
Kwaadspreken
Kwijtmaken 
Kwijtraken 
Kwijtschelden 
Kwijtspelen
Laaghouden
Laagvliegen 
Lamleggen 
Lamslaan 
Langsdenderen 
Langsfietsen
Langsgaan
Langskijken 
Langskomen
Langsslenteren 
Langslopen
Langsrijden
Langsschieten 
Langssturen 
Langsvaren
Langsvliegen 
Langswaaien
Langswippen 
Lastigvallen 
Leegblazen 
Leegbloeden
Leegdrinken 
Leegeten 
Leeggieten 
Leeggooien
Leeghalen 
Leeg hebben
Leeglopen
Leegmaken 
Leegplukken 
Leegplunderen 
Leegpompen 
Leegspuiten 
Leegruimen 
Leegstaan 
Leegstromen 
Leegvreten 
Leegwaaien
Leeg zijn
Leegzuigen
Leegzuipen 
Leerlooien 
Leidinggeven 
Lekrijden 
Lesgeven
Leskrijgen
Liefhebben 
Lijntrekken 
Linksafslaan 
Linkshouden
Lofprijzen 
Losbarsten 
Losbikken
Losbinden 
Losbreken 
Losdraaien
Losgaan
Losgespen
Losgooien
Loshalen 
Loshangen 
Loshebben
Loskloppen 
Losknippen 
Loskomen
Loskoppelen 
Loskrijgen 
Loslaten
Losliggen
Loslopen
Losmaken 
Lospeuteren
Lospraten 
Losrukken
Losscheuren 
Losschieten 
Losschroeven 
Losslaan 
Lostikken 
Lostornen 
Lostrekken 
Loswaaien
Losweken 
Loswerken 
Loswrikken 
Loszitten 
Los zijn
Maathouden 
Mededelen
Mededingen
Medeleven 
Medewerken 
Meebakken 
Meebetalen 
Meebewegen 
Meebidden 
Meebieden 
Meebouwen
Meebrengen
Meebuigen 
Meedeinen
Meedelen 
Meedenken 
Meedingen 
Meediscussiëren 
Meedoen
Meedragen
Meedraaien 
Meedrijven 
Meedrinken 
Mee-eten 
Meefietsen 
Meegaan 
Meegeven 
Meegrissen
Mee hebben 
Meehelpen
Meekijken 
Meekoken 
Meekomen 
Meekrijgen 
Meelachen
Meeleven 
Meelezen 
Meeliften 
Meelijwekken 
Meelokken 
Meelopen
Meeluisteren
Meemaken 
Meenemen 
Meeneuriën
Meeondertekenen 
Meepakken 
Meepikken 
Meepraten 
Meeregeren 
Meereizen
Meerijden 
Meeroken 
Meeslaan
Meeslepen 
Meesleuren 
Meespelen 
Meestemmen 
Meestromen 
Meesturen
Meetellen 
Meetikken
Meetrekken 
Meetrillen
Meetronen 
Meevallen 
Meevaren 
Meeverzekeren 
Meevliegen 
Meevoeren 
Meevragen
Meewaaien
Meewassen 
Meewegen 
Meewerken 
Meewillen 
Meezeilen 
Mee zijn 
Meezingen 
Meezitten
Melkdrinken 
Melkgeven 
Melkkoken 
Misgaan 
Misgokken 
Misgooien 
Mis hebben
Misgrijpen
Miskleunen 
Mislezen
Mislopen
Misraden 
Misrekenen 
Misschieten
Misslaan
Misstappen 
Misvatten
Misverstaan
Mis zijn 
Na-apen
Na-ijlen
Naaktlopen 
Naaktzwemmen
Naarbinnen gaan
Naarbuiten komen
Naarbuiten gaan 
Naarbuiten komen 
Nabakken
Nabauwen 
Nabespreken 
Nabeven
Nabijblijven 
Nabijkomen 
Nablijven
Nabloeden
Nabootsen 
Nablussen 
Nabouwen
Nabranden
Nacalculeren
Nachecken 
Nachtvliegen 
Nadenken 
Nadoen
Nadrag
Nadrukken 
Naduiken 
Nadruppelen 
Nadruppen 
Nafluiten 
Nagaan
Nagelsknippen 
Nagelslakken 
Nageven
Nagisten
Nagluren 
Nagonzen
Nahouden
Naijlen
Najagen 
Nakijken 
Nakomelingen 
Nalaten 
Naleven 
Nalezen
Nalopen
Namaken
Napluizen
Napraten 
Naprikken
Naregenen 
Narekenen
Naschudden
Naslaan 
Naspelen
Naspelen
Naspeuren 
Naspoelen 
Nasporen
Nastreven
Nasturen
Nasynchroniseren 
Natekenen
Natellen 
Natgaan
Nathouden 
Natmaken 
Natsproeien 
Natikken
Natrappen 
Natrekken 
Natrillen 
Naturen 
Navertellen 
Navolgen 
Navragen 
Nawegen 
Nawerken
Nawijzen 
Nazeggen 
Nazenden 
Nazien 
Nazinderen 
Nazingen
Nazitten 
Nazoeken
Nederzetten 
Neerbuigen 
Neerdalen
Neerdwarrelen
Neergaan
Neergooien
Neerhalen
Neerhangen 
Neerkijken 
Neerknallen
Neerkomen
Neerkwakken 
Neerlaten
Neerlazeren 
Neerleggen 
Neerliggen
Neermaaien
Neerpennen 
Neerschieten
Neerschrijven 
Neersijpelen 
Neerslaan
Neersmijten 
Neersteken 
Neerstorten 
Neerstrijken 
Neerstromen 
Neertellen 
Neertrekken
Neervallen
Neervlijen 
Neerwerpen 
Neerzakken
Neerzetten
Neerzien 
Neerzitten 
Neussnuiten 
Olieverversen 
Ombinden
Omboeken 
Ombouwen
Ombrengen 
Ombuigen 
Omdoen
Omdraaien 
Omdrijven 
Omdonderen 
Omdraaien 
Omflikkeren 
Omgaan
Omgooien 
Omgorden 
Omhakken
Omhalen
Omhangen 
Om hebben
Omhoogbrengen
Omhoogdrijven 
Omhooggaan 
Omhooghijsen
Omhooghouden 
Omhoogkijken 
Omhoogkomen
Omhoogschieten 
Omhoogspringen 
Omhoogsteken 
Omhoogtakelen
Omhoogvallen 
Omhouden
Omhouwen 
Omkappen
Omkatten
Omkegelen
Omkeren 
Omkiepen 
Omkieperen
Omkijken 
Omklappen 
Omkleden
Omkomen
Omkopen 
Omkruipen 
Omkrullen 
Omkukelen 
Omlaagdoen 
Omlaaggaan
Omlaagstorten 
Omlaagtrekken 
Omleggen 
Omleiden 
Omlopen
Omplanten 
Omploegen 
Ompraten 
Omrekenen
Omrijden 
Omroepen 
Omroeren
Omrollen 
Omruilen
Omschakelen 
Omscheppen
Omschieten
Omscholen 
Omschoppen 
Omslaan 
Omsmelten
Omspitten
Omspringen 
Omspuiten
Omstoten 
Omtikken
Omtoveren 
Omtrekken 
Omvallen
Omvergooien 
Omverkukelen 
Omverlopen
Omvertrekken 
Omverwaaien
Omverwerpen 
Omvliegen 
Omvormen 
Omwaaien 
Omwassen
Omwentelen 
Omwerken
Omwinden 
Omwisselen
Omwoelen
Omzetten
Omzien
Om zijn 
Omzomen 
Omzwerven 
Onderbinden 
Onderbrengen
Onderdakbieden 
Onderdoen 
Onderdompelen 
Onderduiken
Onderhuren
Onderkotsen 
Onderkruipen
Onderlopen 
Ondersneeuwen
Onderstaan
Ondersteken 
Ondersteunen
Onderspuiten 
Onderstromen 
Onderuitgaan 
Onderuithalen
Onderuitzakken 
Onderverdelen 
Onderverhuren 
Onderzetten 
Oneens zijn 
Oorlogvoeren 
Opbaggeren 
Opbakken 
Opbaren 
Opbellen
Opbergen 
Opbeuren 
Opbiechten 
Opbieden 
Opblazen
Opblijven 
Opblinken 
Opbloeien 
Opbollen
Opborrelen 
Opbouwen
Opbranden 
Opbreken 
Opbrengen
Opbruisen 
Opdagen 
Opdelen 
Opdienen 
Opdoeken
Opdoemen 
Opdoen
Opdoffen 
Opdonderen 
Opdraaien 
Opdragen
Opdraven
Opdreunen 
Opdrijven
Opdringen
Opdrinken 
Opdrogen 
Opdrukken 
Opduiken 
Opdweilen
Opeisen 
Op elkaar zetten 
Openbaarmaken 
Openbarsten 
Openblijven 
Openbreken 
Opendoen 
Opendraaien 
Opengaan
Opengraven
Openhouden 
Openklappen 
Openknopen 
Openlaten 
Openmaken
Openrijten 
Openritsen 
Openschuiven 
Openslaan 
Opensnijden 
Opensperren 
Openstaan 
Openstellen 
Opentrekken 
Openvouwen 
Openwaaien
Open zijn 
Openzwaaien
Opeten 
Opfleuren 
Opflikkeren 
Opfrissen 
Opgaan
Opgebruiken 
Opgeven
Opgooien 
Opgraven
Opgroeien 
Ophalen
Ophangen
Opharken
Op hebben
Opheffen 
Ophelderen 
Ophemelen 
Ophijsen 
Ophitsen 
Ophoepelen
Ophoesten 
Ophokken 
Ophouden
Opjagen 
Opjutten 
Opkalefateren
Opkikkeren
Opkijken 
Opklappen 
Opklaren
Opklimmen 
Opklinken 
Opkloppen 
Opknappen 
Opknippen 
Opknopen
Opkoken 
Opkomen
Opkopen
Opkrikken 
Opkrassen
Opkrikken 
Opkroppen 
Opkruipen 
Opkuisen 
Opkukelen 
Opkweken 
Oplaaien 
Opladen
Oplaaien
Oplappen 
Oplazeren 
Opleggen 
Opleiden
Opletten 
Opleuken
Opleven
Opleveren 
Oplezen
Oplichten
Oploeven 
Oplopen 
Oplossen
Opluchten
Opluisteren 
Opmaken 
Opmerken 
Opmeten 
Opmonteren 
Opnaaien
Opnemen
Opofferen 
Oppakken 
Oppassen ⚠ 
Oppeppen 
Oppeuzelen 
Oppijpen 
Oppikken
Opplakken 
Oppleuren 
Oppoetsen 
Oppompen 
Oppotten 
Oprakelen 
Opraken 
Oprapen 
Oprekken 
Oprichten
Oprijzen 
Oproepen 
Oproken
Oprollen 
Oprotten 
Opruien 
Opruimen
Opschepen 
Opschieten 
Opschorten 
Opschrijven 
Opschrikken 
Opschrokken 
Opschudden 
Opschuiven
Opschutten 
Opschuren 
Opslaan 
Opslokken 
Opslorpen 
Opsluiten 
Opsmakken 
Opsnuiven 
Opsodemieteren 
Opsommen 
Opspannen
Opsparen 
Opspatten
Opspelden 
Opspelen 
Opsplitsen 
Opsporen 
Opspringen 
Opspuiten 
Opstaan
Opstappen 
Opstarten 
Opsteken
Opstellen 
Opstijgen 
Opstijven
Opstoken 
Opstuiven 
Opsturen 
Optakelen
Optekenen
Optellen 
Optikken
Optillen
Optreden
Optrekken 
Optrommelen 
Optuffen 
Optuigen 
Optyfen 
Opvallen
Opvangen 
Opvaren 
Opvatten 
Opvegen 
Opveren
Opvijzelen 
Opvissen 
Opvliegen 
Opvoeden
Opvoeren
Opvolgen 
Opvouwen 
Opvragen 
Opvreten 
Opvriezen 
Opvrijen 
Opvrolijken 
Opwaaien 
Opwaarderen
Opwachten
Opwarmen 
Opwassen 
Opwegen 
Opwekken
Opwellen 
Opwerken
Opwerpen
Opwinden 
Opwippen
Opwinden 
Opwrijven
Opzadelen 
Opzeggen 
Opzetten
Opzien
Opzijduwen 
Opzijgaan
Opzijhouden 
Opzijleggen 
Opzijzetten
Op zijn 
Opzitten
Opzoeken 
Opzomeren
Opzouten
Opzuigen 
Opzwellen 
Opzwepen 
Orgelspelen 
Overbakken 
Overbieden 
Overblazen
Overblijven 
Overboeken
Overbrengen
Overdoen
Overdragen
Overdrukken 
Overeenkomen 
Overeenstemmen 
Overeindhalen
Overeindhouden
Overeindkomen 
Overeindschieten 
Overeindzetten 
Overgaan
Overgeven
Overgieten 
Overgooien 
Overhalen
Overhebben 
Overhellen
Overhevelen 
Overhoopgooien 
Overhoophalen 
Overhoopliggen
Overhooplopen 
Overhoopschieten 
Overhoopsmijten 
Overhoopsteken 
Overhouden
Overklimmen
Overknallen
Overladen 
Overlaten 
Overleggen 
Overleveren 
Overmaken 
Overnemen
Overpakken 
Overpennen 
Overplaatsen 
Overpompen 
Overrekenen 
Overschakelen
Overschieten
Overschrijven 
Overslaan
Oversluiten 
Oversluizen 
Overspelen 
Overstappen 
Oversteken
Overstromen 
Oversturen 
Overtekenen
Overtellen
Overtikken
Overtrekken
Overtypen
Overvliegen
Overvloeien 
Overwaaien 
Overwerken 
Overzenden 
Overzetten
Over zijn 
Paardjerijden
Paardrijden
Parachutespringen 
Partijkiezen 
Partijtrekken 
Pianospelen 
Plaatsgrijpen 
Plaatshebben 
Plaatsmaken 
Plaatsnemen 
Plaatsvinden
Platbombarderen
Platbranden
Platgaan
Platgooien
Platleggen 
Platliggen 
Platlopen
Platmaaien
Platslaan 
Platspuiten
Platstrijken 
Plattrappen 
Platwaaien 
Platwalsen
Postvatten 
Pottenbakken 
Prijsgeven 
Prijsschieten 
Proefdraaien 
Puinruimen
Radioluisteren 
Rechtbuigen 
Rechthouden 
Rechtknippen 
Rechtleggen
Rechtshouden 
Rechtsklikken 
Rechtophouden 
Rechtoplopen 
Rechtopstaan 
Rechtopzetten 
Rechtpraten 
Rechtspreken
Rechtsafslaan
Rechtdoorgaan
Rechttrekken 
Rechtshouden
Rechtslaan 
Rechtspreken 
Rechtzetten 
Rechtzittten 
Rondbanjeren 
Rondbazuinen 
Rondbrengen 
Ronddartelen 
Ronddelen
Ronddobberen
Ronddolen
Ronddraaien 
Ronddragen
Ronddwalen 
Rondgaan
Rondgrijpen
Rondhangen 
Rond hebben 
Rondhuppelen 
Rondkijken
Rondkomen
Rondkruipen
Rondleiden 
Rondlopen
Rondmaken
Rondneuzen 
Rondpraten
Rondreizen
Rondrennen 
Rondrijden 
Rondscharrelen
Rondschieten 
Rondslaan
Rondslenteren 
Rondslingeren 
Rondsluipen
Rondsnuffelen
Rondspelen 
Rondstralen 
Rondstrooien
Rondstruinen
Rondsturen 
Rondtoeteren 
Rondtollen
Rondtrekken 
Rondvaren
Rondvliegen
Rondvoeren 
Rondvragen
Rondwaaien
Rondwandelen 
Rondwaren
Rondzenden 
Rondzien 
Rondzijn
Rondzingen 
Rondzoeken 
Rondzwemmen 
Rondzwerven 
Samenballen
Samenbinden
Samenblijven 
Samendrijven 
Samendrukken 
Samengaan
Samenhangen 
Samenhokken
Samenhouden
Samenkomen 
Samenleven 
Samenlopen
Samenpakken 
Samenpersen 
Samenscholen 
Samenschuiven 
Samensmelten 
Samenspannen 
Samenspelen 
Samenstellen 
Samentrekken 
Samenvallen 
Samenvatten
Samenvoegen 
Samenvouwen
Samenwerken
Samenwonen 
Samen zijn
Samenzweren 
Schaatsenrijden 
Scheefgroeien 
Scheefwonen 
Scheefzakken 
Schoolblijven 
Schoolgaan 
Schoonblazen
Schoonboenen
Schoonhouden
Schoonmaken
Schoonschrijven 
Schoonslaan
Samenspelen 
Schoonspoelen 
Schoonvegen
Schoonwaaien
Schoonwassen
Schoonwrijven 
Schuilgaan
Schuilhouden
Snelkoken
Snellezen
Sneltekenen
Sneeuwruimen 
Spaaklopen
Stijfstaan 
Stijfvloeken 
Stilhangen 
Stilhouden 
Stilleggen 
Stillezen
Stilliggen 
Stilstaan
Stilvallen 
Stilzetten
Stilzitten 
Stilvallen 
Stil zijn 
Stilzwijgen 
Stopzetten ✋ 
Strakhouden 
Strakstaan 
Straktrekken
Strakzetten
Stukbarsten 
Stukbranden
Stukbreken 
Stukgaan
Stukgooien
Stukgrijpen 
Stukknippen 
Stuklopen
Stukmaken 
Stukschieten 
Stukslaan 
Stuksmijten
Stuksplijten 
Stukvallen
Stukvriezen 
Stukwaaien
Stukzitten
Stukzijn
Te berde brengen 
Tegemoetgaan 
Tegemoetkomen 
Tegemoetzien 
Tegenaangaan
Tegenbieden 
Tegenbrassen 
Tegendrukken
Tegeneten 
Tegengaan
Tegenhouden
Tegenkomen 
Tegenlachen 
Tegenlopen
Tegenmaken 
Tegemoetgaan
Tegemoetkomen
Tegemoetlopen
Tegemoetrijden 
Tegenoverstellen
Tegenspartelen 
Tegenspelen
Tegenspreken 
Tegensputteren
Tegenstaan
Tegenstellen
Tegenstemmen
Tegenstralen 
Tegenstreven
Tegenstribbelen 
Tegensturen
Tegenvallen
Tegenwaaien 
Tegenwerken 
Tegenwerpen 
Tegenzitten
Tegoedhouden
Tekeergaan
Tekortdoen
Tekortkomen 
Tekortschieten 
Teleurstellen 
Televisiekijken 📺 
Teloorgaan
Ten laste leggen
Tenietdoen 
Tenietgaan 
Tentoonspreiden 
Tentoonstellen 
Ten uitvoer brengen 
Terechtkomen 
Terechtstaan
Terechtstellen
Terechtwijzen
Ter inzage leggen 
Ter plaatse komen 
Terugbellen 
Terugbetalen 
Terugblikken
Terugboeken 
Terugbrengen
Terugbuigen
Terugdeinzen 
Terugdenken 
Terugdoen
Terugdraaien 
Terugdrijven 
Terugdringen 
Terugdrukken 
Terugfietsen 
Teruggaan 
Teruggeleiden
Teruggeven 
Teruggooien 
Terughalen
Terughangen 
Terughebben 
Terughollen 
Terughouden
Terugkaatsen 
Terugkelderen
Terugkeren 
Terugkijken 
Terugklappen 
Terugknippen 
Terugkomen 
Terugkopen
Terugkoppelen
Terugkrabbelen 
Terugkrijgen 
Terugleggen 
Terugleiden
Teruglezen
Teruglopen
Terugluisteren 
Terugmailen 
Terugmelden 
Terugmeppen
Terugnemen 
Terugpakken 
Terugplaatsen
Terugplooien 
Terugpraten 
Terugreizen
Terugrekenen
Terugrennen 
Terugrijden
Terugroepen
Terugschakelen
Terugschieten 
Terugschrijven
Terugschrikken 
Terugschuiven 
Terugslaan
Terugspelen
Terugspoelen ⏪ 
Terugspreken 
Terugsteken
Terugstorten 
Terugstromen 
Terugstrompelen 
Terugsturen
Terugtreden 
Terugtrekken
Terugvallen
Terugvaren 
Terugvechten
Terugverdienen 
Terugverlangen 
Terugvinden 
Terugvliegen 
Terugvorderen 
Terugvragen 
Terugwerken
Terugwinnen
Terugzakken 
Terugzenden 
Terugzetten 
Terug zijn 
Terugzoeken 
Terugzwaaien 
Tevoorschijnbrengen 
Tevoorschijnhalen 
Tevoorschijnkomen 
Tevoorschijntoveren 
Tevredenhouden 
Tevredenstellen 
Teweegbrengen 
Theezetten 
Thuisbankieren 
Thuisbezorgen
Thuisblijven 
Thuisbrengen 
Thuishoren 
Thuiskomen 
Thuisstuderen 
Thuissturen
Thuiswerken 
Thuiszitten 
Thuis zijn
Tijdrekken 
Tikkertjedoen 
Toe-eigenen 
Toebedelen 
Toebehoren
Toebereiden
Toebidden
Toebijten
Toebrengen
Toedekken 
Toedichten 
Toedienen 
Toedoen 
Toedragen
Toegaan
Toegeleiden
Toegeven
Toegooien
Toehappen 
Toejuichen
Toekennen
Toekijken
Toekomen 
Toelachen 
Toelaten
Toeleggen 
Toeleiden 
Toeleggen
Toelichten 
Toelopen
Toenemen 
Toepassen
Toereiken 
Toerekenen 
Toerusten
Toeschieten
Toeschouwen 
Toeschrijven
Toeschuiven
Toeslaan 
Toesmijten
Toesnellen
Toespelen 
Toespreken
Toestaan
Toesteken 
Toestemmen 
Toestoppen 
Toestralen 
Toestromen 
Toesturen 
Toetakelen 
Toetasten 
Toetreden
Toetrekken 
Toevallen 
Toevertrouwen 
Toevliegen 
Toevoegen 
Toevoeren
Toevriezen 
Toewaaien 
Toewensen 
Toewijden
Toewijzen
Toezeggen
Toezien
Toe zijn
Toezingen
Toezwaaien
Toneelspelen
Tot elkaar komen 
Touwtjespringen 
Touwtjetrekken 
Trompetspelen 🎺 
Tussenbeidekomen 
Tussenkomen
Tussenwringen
Tussendoen
Tussenkomen 
Tussenlanden
Tussenlaten
Tussennemen
Tussenplaatsen
Tussenvoegen
Tussenvouwen 
Tussenwringen
Tv-kijken
Uitademen
Uitbaggeren 
Uitbakken
Uitbannen 
Uitbarsten 
Uitbaten 
Uitbazuinen 
Uitbeelden 
Uitbeitelen 
Uitbenen
Uitbesteden 
Uitbetalen 
Uitbijten 
Uitbikken 
Uitblazen
Uitblijven 
Uitblinken 
Uitblussen 
Uitboeken 
Uitbollen 
Uitboren 
Uitbotten
Uitbouwen 
Uitbraken 
Uitbranden
Uitbreiden 
Uitbreken 
Uitbrengen
Uitbroeden 
Uitbuiken 
Uitbuiten 
Uitchecken 
Uitdagen 
Uitdelen
Uitdenken 
Uitdeuken 
Uitdiepen 
Uitdijen
Uitdoen
Uitdokteren 
Uitdossen 
Uitdoven
Uitdraaien 
Uitdragen
Uitdrijven 
Uitdrinken
Uitdrogen
Uitdrukken 
Uitdunnen 
Uiteendrijven 
Uiteengaan 
Uiteenlopen 
Uiteennemen 
Uiteenspatten 
Uiteensplijten 
Uiteenvallen 
Uiteenwaaien 
Uiteenwaaieren 
Uiteenzetten 
Uit elkaar halen 
Uit elkaar vallen 
Uit elkaar zetten
Uitfaden 
Uitfluiten 
Uitfoeteren
Uitgaan
Uitgeven
Uitgillen 
Uitglijden
Uitgooien
Uitgraven
Uitgroeien 
Uitgummen 
Uithakken 
Uithalen
Uithangen 
Uit hebben
Uithollen 
Uithongeren 
Uithouwen 
Uithoren
Uithouden
Uithuilen 
Uithuwelijken 
Uitjouwen 
Uitkafferen
Uitkammen
Uitkauwen
Uitkeren
Uitkienen 
Uitkiezen 
Uitkijken 
Uitklappen 
Uitklaren
Uitkleden
Uitkloppen
Uitknijpen 
Uitknikkeren 
Uitknippen 
Uitkoken 
Uitkomen
Uitkopen
Uitkraaien 
Uitkramen 
Uitlachen 
Uitladen
Uitlaten
Uitleggen
Uitleiden 
Uitlekken
Uitlenen 
Uitleven
Uitleveren 
Uitlezen
Uitlichten 
Uitlijnen
Uitloggen
Uitlokken 
Uitlopen 
Uitloten 
Uitluiden
Uitluisteren 
Uitmaken 
Uitmelken 
Uitmonden 
Uitnemen 
Uitnodigen
Uitpakken 
Uitpersen 
Uitplaatsen 
Uitplanten 
Uitpluizen 
Uitpraten
Uitprinten 
Uitproberen 
Uitpuilen 
Uitputten
Uitrangeren
Uitrazen 
Uitreden
Uitregenen 
Uitreiken 
Uitreizen 
Uitrekenen
Uitrekken 
Uitrichten 
Uitrijden 
Uitroeien 
Uitroepen 
Uitroken
Uitrollen 
Uitruilen
Uitrukken 
Uitrusten 
Uitschakelen 
Uitscheiden
Uitschelden 
Uitscheuren 
Uitschieten 
Uitschreeuwen 
Uitschrijven
Uitschudden 
Uitschuiven 
Uitschulpen 
Uitserveren 
Uitslaan
Uitslapen
Uitslepen 
Uitslijpen 
Uitslijten 
Uitslingeren 
Uitsloven 
Uitsluiten 
Uitslurpen
Uitsmeren 
Uitsmijten
Uitsnijden 
Uitsnuiten 
Uitsorteren
Uitspannen 
Uitsparen 
Uitspatten 
Uitspelen
Uitspitten
Uitspoelen 
Uitspoken 
Uitspreken 
Uitspringen
Uitspugen 
Uitspuiten
Uitspuwen 
Uitstaan
Uitstallen
Uitstappen
Uitsteken
Uitstellen 
Uitstemmen
Uitsterven 
Uitstippelen 
Uitstorten 
Uitstoten 
Uitstralen
Uitstrekken 
Uitstrijken 
Uitstrooien 
Uitstromen 
Uitstulpen
Uitsturen 
Uitswingen 
Uittekenen 
Uittesten
Uittikken
Uittorenen 
Uittreden 
Uittrekken 
Uittypen
Uitvaardigen
Uitvallen
Uitvaren
Uitvechten 
Uitvegen
Uitverdedigen 
Uitvergroten 
Uitverkiezen
Uitverkopen 
Uitvinden 
Uitvissen
Uitvliegen 
Uitvoeren
Uitvogelen
Uitvorderen
Uitvouwen
Uitvragen 
Uitvreten 
Uitvriezen 
Uitwaaien
Uitwasemen 
Uitwassen 
Uitweiden 
Uitwerken 
Uitwerpen 
Uitwijden 
Uitwijken
Uitwijzen
Uitwisselen 
Uitwissen
Uitwonen 
Uitwrijven 
Uitwringen 
Uitzaaien 
Uitzakken
Uitzenden 
Uitzetten 
Uitzieken 
Uitzien
Uit zijn
Uitzingen 
Uitzitten 
Uitzoeken
Uitzonderen 
Uitzoomen 
Uitzuigen
Uitzwaaien 
Uitzwenken 
Uitzwermen 
Vaartmaken 
Vaatwassen 
Vakantie hebben
Vakantiehouden 
Vakantievieren 
Valsspelen 
Vastbijten 
Vastbinden 
Vastdoen 
Vastdraaien
Vastdrukken 
Vastgrijpen 
Vasthangen 
Vasthebben
Vasthouden 
Vastketenen 
Vastklampen 
Vastklemmen 
Vastlaten 
Vastleggen 
Vastliggen 
Vastlopen
Vastmaken 
Vastnaaien
Vastnagelen 
Vastnemen
Vastpakken 
Vastpinnen 
Vastplakken
Vastprikken
Vastraken 
Vastroesten
Vastschroeven
Vastspelden 
Vastspijkeren 
Vastslaan
Vaststaan
Vaststellen
Vasttikken
Vasttimmeren 
Vasttrekken
Vastvriezen
Vastzetten
Vastzitten
Verbeurdverklaren 
Verdergaan
Verderkomen 
Verderlopen 
Verderzetten 
Verstoppertjespelen 
Vetmesten
Viesmaken
Vioolspelen 
Vlamvatten🔥 
Volbouwen 
Volgieten
Volgooien
Volgroeien
Volhangen 
Vol hebben
Volhouden
Volladen 
Vollopen 
Volkomen
Volproppen 
Volspuiten 
Volstoppen
Volstromen
Voltanken 
Voltappen
Volzetten 
Vol zijn
Vooraanstaan
Voorbakken
Voorafgaan 
Voorbehoeden
Voorbehouden 
Voorbereiden 
Voorbidden 
Voorbijfietsen
Voorbijgaan
Voorbijlopen
Voorbijrijden
Voorbijscheuren 
Voorbijschieten 
Voorbijstreven 
Voorbijvaren 
Voorbijzien 
Voordoen
Voordragen
Voordringen 
Voordrukken
Voorgaan
Voorgeleiden 
Voorgeven
Voorhangen 
Voor hebben
Voorhouden 
Voorijlen 
Voorkauwen
Voorknippen 
Voorkoken
Voorleggen 
Voorleiden 
Voorlezen
Voorlichten 
Voorliggen 
Voorlopen 
Voornemen 
Vooroplopen 
Vooropstellen 
Vooroverbuigen 
Vooroverhellen 
Voorovervallen
Voorprogrammeren 
Voorrekenen 
Voorrijden 
Voorschieten
Voorschotelen
Voorschrijven 
Voorslapen 
Voorsnijden
Voorspelden 
Voorspelen
Voorspiegelen🔮 
Voorstaan
Voorstellen 
Voorstemmen
Voortbewegen 
Voortborduren 
Voortbrengen 
Voortdrijven
Voortduren
Voortekenen 
Voortgaan 
Voortjakkeren 
Voortkomen 
Voortleven 
Voortmaken 
Voortplanten 
Voortreden
Voortschrijden 
Voortsjokken
Voortslepen 
Voortsnellen 
Voortvloeien 
Voorspelen 
Voorspiegelen 
Voortreden
Voortrekken
Voortvluchten 
Voortzetten 
Vooruitbetalen 
Vooruitblikken 
Vooruitgaan 
Vooruitkijken 
Vooruitkomen 
Vooruitlopen 
Vooruitspoelen ⏩ 
Vooruitsteken 
Vooruistreven 
Vooruitzetten
Vooruitzien 
Voorvallen
Voorverkopen 
Voorverwarmen
Voorwassen
Voorwenden 
Voorwerken
Voorwerpen
Voorzagen 
Voorzeggen
Voorzetten
Voorzien 🔮 
Voorzijn 
Voorzitten
Vormgeven 
Vreemdgaan
Vrijafgeven 
Vrij hebben 
Vrijgeven 
Vrijhouden 
Vrijkomen
Vrijkopen
Vrijlaten 
Vrijliggen
Vrijmaken 
Vrijpleiten 
Vrijspelen 
Vrijspreken 
Vrijstellen
Vrijuitgaan 
Vrijuitspreken 
Vrijvechten
Vrij zijn
Vuilmaken
Vuurspuwen 
Waarmaken 
Waarnemen
Wachtlopen 
Warmdraaien 
Warmhouden 
Warmlopen 
Warmmaken 
Warmstoken 
Watergeven 
Watermaken 
Wederkeren 
Wedervoeren 
Weergeven 
Weerkeren
Weeromkeren 
Wegbergen 
Wegblazen 
Wegblijven 
Wegbonjouren 
Wegbranden
Wegbrengen 
Wegcijferen 
Wegdoen
Wegdoezelen 
Wegdommelen 
Wegdouwen 
Wegdrijven 
Wegdrukken
Wegdromen 
Wegduiken 
Wegduwen
Wegebben
Weggaan
Weggeven
Weggieten 
Wegglijden
Wegglippen 
Weggooien 
Weggraven 
Weggrijpen
Weggrissen 
Weghalen 
Weghangen 
Wegharken
Weghollen 
Weghonen 
Weghouden
Weghuppelen 
Wegijlen 
Wegjagen 
Wegkapen 
Wegkieperen 
Wegkijken 
Wegknippen 
Wegkomen 
Wegkopen 
Wegkrassen
Wegkruipen 
Wegkwijnen 
Weglachen 
Weglaten
Weglazeren 
Wegleggen 
Wegleiden 
Weglokken 
Weglopen
Wegmaken
Wegmoffelen 
Wegnemen
Wegpakken
Wegpoetsen
Wegpompen 
Wegraderen 
Wegraken
Wegrennen 
Wegrijden 
Wegroepen
Wegrotten
Wegrukken 
Wegsaneren
Wegscheuren 
Wegscheuren 
Wegschieten 
Wegschrijven 
Wegschroeien 
Wegschuiven 
Wegsijpelen 
Wegslaan
Wegslepen
Wegslijten 
Wegslingeren 
Wegslinken 
Wegsluipen 
Wegsluizen 
Wegsmelten 
Wegsmijten 
Wegsnijden 
Wegsodemieteren 
Wegspelen 
Wegspoelen
Wegspringen 
Wegspuiten 
Wegstemmen 
Wegsterven 
Wegstoppen 
Wegstormen 
Wegstrepen
Wegstromen 
Wegstuffen 
Wegsturen
Wegteren
Wegtikken
Wegtoveren
Wegtrappen
Wegtrekken
Wegvagen
Wegvallen 
Wegvegen
Wegvliegen 
Wegvloeien 
Wegvoeren
Wegwaaien
Wegwassen
Wegwerken
Wegwerpen 
Wegwezen 
Wegwrijven 
Wegwuiven
Wegzakken 
Wegzappen 
Wegzetten 
Wegzijn
Wegzinken
Wegzuigen 
Wegzwemmen 
Weldoen 
Welvaren 
Wetgeven
Wijsmaken 
Wildplakken 
Wildplassen 
Witwassen 
Zachtmaken
Zachtweken
Zakendoen 
Zingeven 
Zoekbrengen
Zoekmaken 
Zoekraken
Zoekzijn
Zoetbrengen 
Zoethouden 
Zwartkijken
Zwartmaken 
Zwartreizen 
Zwartrijden
Zwartvissen 
Zwartwerken 

Lijst van werkwoorden die niet scheidbaar zijn

De klemtoon ligt hierbij meestal niet op de eerste lettergreep.

Aanvaarden 
Achterhalen 
Achtervolgen 
Dagvaarden 
Doorboren
Doorbreken
Doorstaan
Doorzien
Doorzoeken
Hartenjagen 
Informeren 
Inspireren 
Installeren 
Intimideren 
Introduceren 
Investeren 
Glimlachen 
Grijnslachen 
Huisvesten 
Jongleren 
Klaplopen
Klaverjassen ♣ 
Kokhalzen 
Kortwieken 
Meesmuilen 
Minachten 
Misgunnen 
Miskennen
Misleiden
Mislukken
Misprijzen 
Misstaan
Miszeggen 
Motregenen 
Netwerken 
Omcirkelen
Omgeven 
Omhelzen 
Omkaderen 
Omlijsten 
Omringen 
Omschrijven 
Omspannen 
Omvamen 
Omvatten
Omzeilen
Onderbelichten 
Onderdrukken 
Ondergaan 
Ondergraven
Onderhouden 
Onderkoelen
Onderleggen 
Ondernemen
Onderschatten 
Onderscheiden
Ondersteunen 
Onderstrepen 
Ondervangen 
Ondervragen
Onderwijzen
Oordelen 
Openbaren 
Overbelasten
Overbluffen 
Overbruggen 
Overcompenseren 
Overdenken
Overheersen
Overhoren
Overhouden 
Overkappen 
Overkluizen 
Overkomen
Overlappen 
Overleggen 
Overleven
Overlijden
Overmoeien
Overnachten 
Overpeinzen 
Overreden 
Overrijden
Overrompelen
Overschatten
Overschrijden 
Overspannen 
Overstelpen
Overstijgen 
Overtreden
Overtreffen
Overtuigen
Overvallen
Overvleugelen 
Overvoeren
Overwegen
Overweldigen
Overwinnen 
Overwinteren 
Overzien
Rechtvaardigen
Reikhalzen 
Snelwandelen 
Stoepranden 
Stortregenen 
Volbrengen 
Volharden 
Voltooien
Volstaan 
Voltrekken 
Voorspellen 🔮 
Voorzien
Weergalmen 
Weerhouden
Weerkeren 
Weerleggen
Weerlichten 
Weerspiegelen 
Weerspreken 
Weerstaan
Zandstralen 
Zinspelen 


Sommige werkwoorden zijn zowel scheidbaar als niet scheidbaar. Er is een duidelijk verschil in klemtoon. We noemen dit homografen. Je  schrijft de woorden hetzelfde, maar spreekt ze anders uit.

Doorbakken 
Doorboren 
Doorbreken 
Doordenken 
Doorkruisen 
Doorleven 
Doorlopen
Doorstromen 
Doorvaren 
Doorweven 
Doorzeven 
Doorzoeken 
Misprijzen 
Opteren 
Overdrijven 
Overlopen
Overspelen 
Overschrijven
Overstemmen 
Overtrekken
Overvaren 
Overwerken
Overzetten
Verspringen 
Voorkomen


Alfabetische lijst van werkwoorden met een vast voorzetsel 

Sommige werkwoorden kunnen ook zonder voorzetsel voorkomen, echter wel met een andere betekenis. Ook zijn er werkwoorden die gecombineerd kunnen worden met twee of drie verschillende voorzetsels. Soms is de betekenis hetzelfde, soms is de betekenis een andere.

Aandacht vestigen op
Aandeel hebben in
Aandringen op
Aangaan met 
Aankomen in/op
Aanleiding geven tot
Aanlopen bij
In aanmerking komen voor
Aanmerking maken op 
Aanmoedigen van
Zich aanpassen aan 
Zich aansluiten bij 
Aansporen tot
Aanspraak maken op
Aansprakelijk zijn voor
Aanspreken met
Aanzet geven tot
Aanzetten tot 
Aanzitten aan 
Abonneren op
Achterlaten aan/van
Achterlopen op
Acht slaan op
Afbrengen van
Afsluiten met
Afstanddoen van
Afstandnemen van
Ageren tegen
Afgaan op
Afgeven op 
Afhankelijk zijn van
Afhelpen van 
Afkomen op 
Afkomstig zijn van 
Afleiden uit 
Aflopen op
Afluisteren van 
Afnemen van
Afrekenen met
Afronden op
Afsluiten van
Afspraken maken over
Afspreken met
Afstammen van
Afstand doen van
Afstemmen op
Afzien van
Akkoord gaan met
Allergisch zijn voor
Als de dood zijn voor
Angst 😱 hebben voor
Antwoorden op 
Antwoord geven op 
Attent zijn op
Bang zijn van/voor 
Baseren op
Beantwoorden aan 
Beschermen tegen
Bedacht zijn op
Bedanken voor 
Bedekken met
Zich bedienen van 
Begerig zijn naar
Begiftigd zijn met
Beginnen aan/met
Begrip hebben voor
Behangen met
Behept zijn met
Behoefte hebben aan
Behoren bij/tot
Bekend zijn met
Bekleden met/van
Beknibbelen op
Zich bekommeren om
Belang hebben bij
Belangstelling hebben voor 
Belasten met
Belast zijn met
Beleefd zijn tegen
Belust zijn op
Zich bemoeien met
Benauwd zijn voor
Benieuwd zijn naar
Benoemen van
Berusten in
Beschermen van
Beschikken over
Beslissend zijn voor
Beslissen over
Besluiten tot
Besmetten met
Bestaan uit
Bestand zijn tegen
Besteden aan 
Bestellen bij
Bestemd zijn voor
Bestemd zijn voor
Betalen voor/aan
Betekenen voor 
Betrappen op 
Betrekken bij/op
Betrokken zijn bij
Bevallen van
Beveiligen van
Bevreesd 😨 zijn voor
Bevriend zijn met
Bevrijden van
Bewaren voor
Bewegen tot 
(Zich) bewust zijn van 
Bezeten zijn van 
Bezield zijn met
Bezig zijn met
In het bezit zijn van
Bezorgd zijn over
Bezuinigen op 
Bidden tot
Bieden aan
Bijdragen aan/tot
Bijsluiten van 
Blij zijn met
Boos zijn op
Breken met
Buigen voor 
Combineren met 
Commentaar hebben op
Commentaar leveren op
Communiceren met
Condoleren met 
Conformeren aan
Confronteren met
Contact maken/leggen/houden met
Dankbaar zijn voor 
Danken voor
Deelnemen aan 
Deelneming betuigen met
Deel uitmaken van
Delen met/door/in
Denken aan/over 
De moed hebben om
De schurft hebben aan
De vorm aannemen van 
Dienen tot
Dingen naar
Dol zijn op
Doodgaan aan
Doorgaan met
Doorhakken van
Doorspelen aan
Doorzoeken van
Dopen in
Dreigen met
Drinken uit/op
Dromen van
Drukken op
Druk uitoefenen op 
Dwepen met
Dwingen tot
Een aandeel hebben in
Een aanloop nemen naar
Een belang hebben in
Een broertje dood hebben aan
Een hekel hebben aan
(Het) eens zijn met
Een voorkeur hebben voor
Een voorliefde hebben voor 
Een zwak hebben voor
Eindigen met/op/om
Ergeren aan
Ervaren zijn in
Ervaring hebben met
Erven van
Eten van
Familie 👪 zijn van
Fantaseren over
Feliciteren met 🎊 
Focussen op
Friemelen aan
Geboren zijn in/te
Gebrand zijn op
Gebrek hebben aan
Gebruik maken van
Gebukt gaan onder
(niet) Gediend zijn van
Gek zijn op/ van
Gelegenheid geven tot/om
Geloven in/aan
Gelukkig zijn met
Gemunt hebben op
Genezen van
Genieten van
Genoeg hebben van 
Gepaard gaan met
Geschikt zijn voor
Getrouwd zijn met
Getuigen van 
Gevaarlijk zijn voor 
Geven aan/om
Gevestigd zijn in/te
Gevoelig zijn voor
Gevolgd worden door
Gevolgen hebben voor 
Gewend zijn aan
Gewoon zijn aan
Gissen naar
Gluren naar
Goed zijn in
Gokken op
Grenzen aan
Handig zijn in/met
Haperen aan
Hechten aan
Herinneren aan 
Herstellen van
Op de hoogte stellen/zijn van
Hopen op
Zich houden aan 
Houden van
Huilen om
Hunkeren naar
Huren aan/van
Inenten tegen
Informeren naar/over
Ingaan op
Zich inlaten met
Inleiden tot
Zich inleven in
In opstand komen tegen
Inspelen op
Zich insmeren met
Instaan voop
Instemmen met
Intekenen op
Interesse hebben/tonen voor
Intrekken van 
Invloed hebben op
Zich inzetten voor 
Inzitten over
Inzoemen op
Jeuk hebben aan
Kampen met
Kans hebben op
Kennen van
Kennis maken met
Kiezen voor
Kijken naar 
Kijk hebben op
Klaar zijn met 
Klagen over
Komen naar/aan
Kopen van
Knabbelen aan
Krabbelen aan
Krabben aan
Kritiek hebben op
Krijgen van
Kwaad zijn op
Lachen om/met/over
Lak hebben aan 
Leiden naar
Lenen aan/van, Zich lenen voor
Leren van /aan
Letten op
Lid worden van
Lid zijn van
Lijden aan/onder 
Luisteren naar
Mankeren aan
Medelijden hebben met 
Medeplichtig zijn aan 
Medewerking verlenen aan
Meedingen naar 
Meedoen aan/met
Meedraaien met
Meegaan met
Meelopen met
Meewerken met
Mekkeren over
Mikken op
Mokken 😡 over
Zich neerleggen bij
Neigen naar
Nieuwsgierig zijn naar
Niet onderdoen voor
Niet rouwig zijn over
Noodzaken tot
Oefenen op
(Niet) Onderdoen voor
Onderhandelen over
Onder leiding staan van
Onderschatten van
Onderwerpen aan
Onderwijzen aan
Ongerust zijn over 
Onkundig zijn van
Ontbreken aan
Ontdekken van
Ontdoen van
Ontduiken van
(Zich) ontfermen over
Onthouden van
Ontkomen aan
Ontlenen aan
Ontruimen van
Ontsnappen aan/uit
Ontstaan uit
Zich onttrekken aan
Onverschillig staan tegenover
Onverschillig zijn voor 
Op bezoek gaan bij
Opdraaien voor 
Zich opdringen aan
Opduiken in
Openen van
Opgaan in
Opgewassen zijn tegen
Ophalen van
Opheffen van
Ophouden met 
Opkijken naar/van
Opklaren van
Opkomen voor 
Opmaken uit
Opnemen in/van
Oprichten van
Opsluiten van
Opstaan tegen
Op visite gaan bij
Opwegen tegen
Opzien tegen
Overgaan in/tot/op/naar
Overhalen tot/om
De overhand hebben op
Overhellen naar 
Overhoopliggen met 
Overhouden aan/van
Overnemen van
Overschatten van 
Overschrijven naar
Overtuid zijn van
Overtuigen van 
De overwinning behalen op
Overzetten naar/van
Passen op/bij
Plaatsmaken voor
Plaatsvinden tover
Plezier hebben in/van
Pochen op
Een poging doen tot/om
Praten met/over
Prat gaan op
Prakkizeren over
Profiteren van
Putten uit
Raden naar
Reageren op
Recht hebben op
Redden van
Refereren aan
Rekenen op
Rekening houden met
Zich rekenschap geven van
Reizen naar 
In relatie staan tot 
Respect hebben voor 
Richten op
Zich richten tot
Rijk zijn aan
Ruiken aan/naar
Samen gaan met
Samengaan met
Samenwerken met 
Samenwonen met
Zich schamen voor
Scheiden van
Schelden op
Schelen aan/in
Schenken aan
Schieten op
In z'n schik zijn met 
Schoonmaken van/met
Schoonspoelen van/met
Schrijven aan/met
Schrikken van
Seks hebben met
Sjoemelen met
Slaan op
Slagen in/voor
Slecht zijn in
Sluiten van
Smachten naar 
Smaken naar
Smeken om
Smullen van 
Snakken naar
Snoepen van 
Solliciteren naar/op
Sparen voor
Zich specialiseren in
Spijt hebben van
Zich spoeden naar
Spotten met
Spreken met/over/tnaar
In staat zijn tot
Staren naar
Starten met
Steken in
Stemmen op/voor/tegen
Sterven aan/van
Steunen op
Stikken in
Stinken naar
Stoppen met/voor
Zich storten op
Streven naar
Strijden voor/tegen
Strijdig zijn met
Stroken met
Stromen naar
Struikelen over
Struinen in
Studeren voor
Stuiten op
Stukmaken van
Tabak hebben van
Het tegengestelde zijn van
Tegengesteld zijn aan
Tekenen voor
Telefoneren naar
Teleurgesteld zijn in
Terugkijken op 
Terugkomen op/van
Terugnemen van
Terugvallen op
Terugrijden 
Terugvallen op
Terugwijzen naar
Testen van
Tevreden zijn met/over
Toebehoren aan
Toegenegen zijn aan
Toegeven aan 
Toelaten tot
Zich toeleggen op
Toeschrijven aan
Toestemmen in
Toetreden tot
Toevallen aan
Toevertrouwen aan
Toevoegen aan/van
Toewijden aan
Toewijzen aan
Toezien op
Tonen aan/van
Tornen aan
Trakteren op
Treuren over/om
Trouwen met
Twijfelen aan
Uitbarsten in
Uitbrengen op
Uitgaan van/met
Uitgeven aan/voor
Uiting geven aan 
Uitkeren aan
Uitkijken naar/op
Uitkomen in/op/voor
Zich uitleven op
Uitleveren aan
Uitlopen op
Uitnodigen voor/om
Uitsluiten van 
Uitweiden over
Uitwisselen van
Uitwissen van
Uitzien naar/op
Uit zijn op
Vasthouden aan
Vastlopen in
Vatbaar zijn voor
Vechten met/om/tegen/voor
Verantwoordelijk zijn voor
Verbaasd zijn over 😲 
Verbinden met
Verblijden met
Verdacht worden van
Verdacht zijn op
Verdenken van
Verdienen aan
Zich verdiepen in
Verdiept hebben om/van
Vergelijken met
Vergezeld gaan van
Zich vergissen in
Zich verheugen in/op
Zich verhouden tot
Verkennen van
Zich verkijken op
Verkopen aan
Verlangen naar 
Verleiden tot 
Verlegen zitten om
Verlenen aan
Verliefd zijn op
Verliezen aan/van
Verloofd zijn met
Verlossen van
Verontrust zijn over
Verontwaardigd zijn over
Veroordelen tot 
Verrast door
Verrukt zijn van
Verschijnen voor
Verschillen van
Verslaafd zijn aan
Verstand hebben van
Versteld staan van
Verstoken zijn van
Vertellen aan/van
Vertrekken van
Vertrouwen hebben in 
Vertrouwen op
Vervoeren naar
Vervreemden van
Vervreemd zijn van
Vervuld zijn van
Verwachten van
Verwant zijn aan
Verwijzen naar
Verzekerd zijn van
Verzinken in
Verzoeken om
Zich verzoenen met
Verzot zijn op
Verzwijgen van
Vinden van
Vluchten naar/voor
Voelen voor
Voldoen aan
Volharden in
Volstaan met
Voorafgaan aan/door
Voorbereiden op 
Voorbijgaan aan
Voorgaan in
Voorkeur geven aan
Een voorkeur hebben voor 
Voorlopen op
Voorbereiden op
Voorschrijven aan
Voorschieten aan
Voorsprong hebben op
Voortgaan met
Voortkomen uit
Vooruitlopen op
Voortvloeien uit
Voorzien in
Voorzien (zijn) van
Vragen naar/om/over
Vrijspreken van
Vrijstelling van
Vuilmaken van
Waarderen van
Waarschuwen voor 
Wachten op 
Zich wagen aan
Waken over 
Walgen van 
Wanhopen aan
Wedden om
Weerstand bieden aan
Weglopen voor/van/met
Weg zijn van
Wemelen van
Zich wenden tot
Wennen aan
Wijden aan 
Zich wijden aan 
Wijken voor
Wijten aan 
Wijzen naar/op
Wonen in/te
Worstelen met
Zakken voor
Zeker zijn van 
Zeuren over 
Zich bedienen van
Zich rekenschap geven van
Zich verschonen van
Zin hebben in
Zinnen op
Zitten op
Zoeken naar
Zorgen voor 
Zich zorgen maken over 
Zuiveren van
Zwaaien naar 👋 
Zwanger zijn van
Zweren bij
Zwichten voor
Zwijgen over 

Alfabetische lijst van werkwoorden die gevolgd worden door een infinitief 

Gaan
Kunnen
Moeten
Mogen 
Willen 
Zullen


Alfabetische lijst van werkwoorden infinitief met te

Beginnen te
Beloven te
(niet) hoeven te
Liggen te
Proberen te
Staan te
Trachten te
Zitten te 

Alfabetische lijst van wederkerende werkwoorden (reflexivum)

Sommige van deze werkwoorden zijn verplicht wederkerend andere zijn optioneel, maar zijn dan wel betekenisonderscheidend.

Zich aanbevelen
Zich aanbieden
Zich aandienen
Zich aaneenbinden 
Zich aaneensluiten 
Zich aandoen
Zich aangevallen voelen
Zich aangeven
Zich aankleden 
Zich aanmatigen 
Zich aanmelden
Zich aanpraten
Zich aanprijzen
Zich aanraken
Zich aansluiten
Zich aanstellen
Zich aantrekken
Zich aanwennen
Zich aanzetten tot
Zich abonneren op
Zich absenteren 
Zich achten
Zich achterstellen
Zich afdrogen
Zich affiliëren 
Zich afkeren (van)
Zich afmatten
Zich afmelden 
Zich afreageren (op)
Zich afrukken
Zich afsappelen
Zich afscheiden van
Zich afschudden 
Zich afsluiten
Zich afspelen 
Zich afspiegelen 
Zich aftekenen
Zich aftrekken
Zich afvragen 
Zich afzetten tegen
Zich afzonderen 
Zich alliëren
Zich amuseren
Zich associëren (met)
Zich automutuleren 
Zich banen 
Zich baseren (op)
Zich bedenken
Zich bedienen van
Zich bedruipen 
Zich begeven 
Zich beheersen 
Zich behoeden
Zich bekijken 
Zich beklagen 
Zich bekommeren (om)
Zich bekwamen 
Zich belachelijk maken
Zich belasten (met)
Zich bemoedigen
Zich bemoeien met 
Zich benaarstigen 
Zich benadelen
Zich bepalen tot
Zich beperken tot
Zich bepoederen
Zich beraden 
Zich beredderen 
Zich bereid tonen 
Zich bereid verklaren
Zich beroemen 
Zich beroepen op
Zich berouwen
Zich beschenken 
Zich beschermen tegen
Zich beschouwen
Zich besprenkelen 
Zich beteugelen 
Zich betrokken voelen
Zich bevinden 
Zich bevoordelen 
Zich bevoorraden 
Zich bevragen 
Zich bevredigen
Zich bevuilen
Zich bevrijden van
Zich bevuilen 
Zich bewapenen
Zich bewegen
Zich bewust zijn van
Zich bezatten
Zich bezeren 
Zich bezielen 
Zich bezighouden met 
Zich bezinnen 
Zich bezoldiging
Zich bezuipen
Zich binden (aan)
Zich blameren 
Zich blesseren 
Zich blootstellen (aan)
Zich branden 🔥(aan)
Zich buigen
Zich bukken
Zich concentreren 
Zich conformeren met
Zich confronteren (met)
Zich corrumperen
Zich de kaas niet van het brood 🍞 laten eten 
Zich de maat nemen
Zich de tandjes werken 
Zich dik maken
Zich distantiëren 
Zich doodhouden
Zich doodlachen
Zich doodschamen 
Zich doodschieten
Zich doodvervelen 
Zich doofhouden 
Zich doordringen van
Zich douchen
Zich druk maken
Zich drukken
Zich een hoedje 🎩 schrikken
Zich een deuk lachen 😁 
Zich een kriek lachen 😁 
Zich een ongeluk begaan
Zich een oor👂 laten aannaaien
Zich een rad 🎡 voor de ogen 👀 laten draaien 
Zich eigen maken 
Zich erbarmen (over)
Zich ergeren
Zich er met een Jantje van Leiden van afmaken
Zich etaleren 
Zich excuseren 
Zich executeren 
Zich focussen 
Zich forceren
Zich formeren 
Zich gedragen
Zich geen houding weten te geven
Zich geen illusies maken 
Zich geen raad weten
Zich generen
Zich gepasseerd voelen
Zich gedeisd houden
Zich geroepen voelen
Zich groothouden
Zich haasten 
Zich handhaven
Zich harden
Zich hardmaken voor
Zich hechten 
Zich herhalen
Zich herinneren 
Zich herkennen
Zich hernemen
Zich herpakken 
Zich herstellen 
Zich het lazarus schrikken
Zich het goed laten smaken
Zich het schompes werken 
Zich heugen 
Zich hoeden (voor)
Zich houden (aan)
Zich hullen
Zich inbeelden 
Zich inburgeren 
Zich indekken 
Zich indenken 
Zich identificeren 
Zich in de vingers snijden 🔪 
Zich indringen 
Zich informeren 
Zich ingraven 
Zich in het zweet werken
Zich inhouden
Zich inkapselen 
Zich inkopen 
Zich inlaten met
Zich inleven
Zich inlezen
Zich inlopen 
Zich inmengen 
Zich inprenten
Zich inschepen 
Zich inschrijven 
Zich insluiten
Zich insmeren 
Zich inspannen
Zich inspelen
Zich inspuiten
Zich installeren 
Zich instellen op
Zich intekenen
Zich interesseren voor
Zich in verbinding stellen met
Zich invreten 
Zich inwerken 
Zich inzepen
Zich inzetten voor 
Zich kalmeren
Zich keren tegen
Zich klassement voor
Zich kleden
Zich klein maken
Zich kapot lachen
Zich kapot werken
Zich koelte toewuiven
Zich krabbelen
Zich kromlachen
Zich krommen
Zich kromwerken
Zich kronkelen 
Zich kunnen bedruipen 
Zich kunnen vinden in
Zich kunnen voorstellen 
Zich kwalificeren voor
Zich kwellen
Zich kwijten van
Zich lam zuipen
Zich laten aanleunen 
Zich laten aanpraten
Zich laten adviseren 
Zich laten beduvelen
Zich laten begeleiden
Zich laten behandelen
Zich laten beïnvloeden
Zich laten belazeren 
Zich laten castreren 
Zich laten doordringen van
Zich laten gaan
Zich laten helpen
Zich laten inenten
Zich laten informeren 
Zich laten instrueren 
Zich laten insinueren 
Zich laten kleden
Zich laten knippen
Zich laten laseren 
Zich laten masseren 
Zich laten misleiden
Zich laten nakijken
Zich laten ombouwen
Zich laten omgeven door
Zich laten ompraten
Zich laten ontharen 
Zich laten opereren 
Zich laten ophalen 
Zich laten ophijsen 
Zich laten opjagen
Zich laten opjennen
Zich laten opjutten 
Zich laten opnaaien
Zich laten overbakken 
Zich laten overbluffen 
Zich laten overdonderen 
Zich laten overreden 
Zich laten overrompelen 
Zich laten overtuigen
Zich laten overvallen 
Zich laten registreren 
Zich laten scheren
Zich laten steriliseren 
Zich laten schilderen 🎨 
Zich laten tatoeëren 
Zich laten tekenen
Zich laten vergezellen 
Zich laten verleiden (om)
Zich laten vertegenwoordigen 
Zich laten verwennen
Zich laten verwijderen 
Zich laten verzorgen 
Zich laten voorstaan op 
Zich laten wassen 
Zich laten zakken
Zich laten zien
Zich legitimeren 
Zich losmaken (van)
Zich losweken van
Zich machtigen
Zich manifesteren 
Zich maskeren
Zich masturberen
Zich matigen 
Zich maximaliseren 
Zich meester maken van
Zich melden
Zich meten met
Zich minimaliseren 
Zich misdragen 
Zich mislezen 
Zich modelleren 
Zich naturaliseren 
Zich neerleggen bij
Zich nestelen 
Zich niet in de luren laten leggen
Zich niet kunnen uitstaan 
Zich niet laten kennen 
Zich niet laten kisten
Zich niet laten ontmoedigen 
Zich niet op de huid laten zitten
Zich niet uit het veld laten slaan
Zich noemen
Zich nopen
Zich oefenen
Zich omdraaien 
Zich omgeven met
Zich omgorden 
Zich omhullen
Zich omkleden 
Zich omwentelen 
Zich omwinden 
Zich onderhouden 
Zich onderrichten 
Zich onderschatten
Zich onderscheiden 
Zich onderschijten 
Zich onderschikken
Zich onderwerpen 
Zich onderwijzen 
Zich ontbieden
Zich ontbinden
Zich ontbloten
Zich ontdekken 
Zich ontdoen van
Zich ontfermen over
Zich ontgaan
Zich onthaasten
Zich ontharen 
Zich onthouden van
Zich ontkleden
Zich ontladen
Zich ontlasten
Zich ontnemen
Zich ontpoppen 
Zich ontrieven
Zich ontsluiten
Zich ontsmetten 
Zich ontspannen
Zich ontspinnen 
Zich onttrekken aan 
Zich ontwikkelen 
Zich ontworstelen aan
Zich ontwurmen 
Zich ontzeggen 
Zich ontzien
Zich opbeuren 
Zich opblazen
Zich op de vlakte houden
Zich opdringen
Zich opdrukken 
Zich openen 
Zich opfrissen
Zich opgeven
Zich ophopen 
Zich ophouden
Zich opknappen 
Zich opknopen 
Zich opladen 
Zich oplossen 
Zich opmaken 
Zich oprichten
Zich oprollen 
Zich opsluiten
Zich optimaliseren 
Zich opwarmen
Zich opwerken
Zich opwerpen
Zich opwinden 
Zich opzetten tegen 
Zich opzadelen met 
Zich oriënteren 
Zich overbelasten 
Zich overeten
Zich overgeven (aan)
Zich overhaasten 
Zich overschatten
Zich overtreffen
Zich overtuigen van
Zich overvreten 
Zich overwerken
Zich parfumeren 
Zich persen 
Zich pijnigen
Zich plaatsen 
Zich plooien
Zich presenteren 
Zich prikkelen 
Zich prikken
Zich profileren 
Zich prostitueren
Zich realiseren
Zich rappen
Zich redden
Zich refereren 
Zich registreren 
Zich rekenschap geven van
Zich repeteren 
Zich reppen
Zich reproduceren 
Zich revancheren 
Zich richten op/tot
Zich rijk 💰 rekenen
Zich roeren
Zich rustig houden
Zich samenpakken 
Zich samentrekken 
Zich samenvoegen
Zich schamen
Zich scharen (achter)
Zich schaven 
Zich scheiden 
Zich scheren 
Zich schikken in
Zich schminken 
Zich schuilhouden 
Zich schuldig voelen
Zich schurken (aan)
Zich slepen 
Zich slingeren 
Zich sluiten
Zich snijden 🔪 
Zich solidariseren 
Zich specialiseren in 
Zich spiegelen 
Zich splitsen 
Zich spoeden 
Zich stabiliseren 
Zich stand houden 
Zich stellen 
Zich stilhouden
Zich storten (op)
Zich stoten
Zich strelen 
Zich te barsten lachen  😁 
Zich te barsten werken
Zich te binnen brengen
Zich te binnen schieten
Zich te buiten gaan aan
Zich tegeneten 
Zich tegenwerken 
Zich tegoed doen aan
Zich te grabbel gooien 
Zich tekort doen
Zich terughouden
Zich terugtrekken 
Zich terugvechten 
Zich terugverdienen
Zich terugvinden
Zich te min voelen
Zich te verstaan geven
Zich thuis voelen
Zich toe-eigenen 
Zich toegang verschaffen tot
Zich toestaan
Zich tonen 
Zich troosten
Zich uitdijen 
Zich uitdossen 
Zich uitdrukken
Zich uiten
Zich uitgeven voor
Zich uitkleden 
Zich uitkopen 
Zich uitlaten over 
Zich uitlenen
Zich uitleven
Zich uitleveren
Zich uitnodigen
Zich uitputten 
Zich uitroepen tot
Zich uitschudden
Zich uitsloven
Zich uitspreken 
Zich uitstrekken 
Zich uitschrijven
Zich van den domme houden
Zich van geen kwaad bewust zijn
Zich van het leven beroven
Zich van kant maken 
Zich van z'n beste kant laten zien
Zich van z'n slechtste kant laten zien
Zich vastbijten in
Zich vastgrijpen (aan)
Zich vastklampen aan
Zich vastklemmen 
Zich vastleggen 
Zich vastpinnen op 
Zich vastzetten
Zich verachten
Zich verademen
Zich veranderen 
Zich verantwoorden
Zich verbazen 
Zich verbeelden
Zich verbergen
Zich verbeteren 
Zich verbieden
Zich verbijten
Zich verbinden 
Zich verblijden
Zich verblinden 
Zich verbranden 
Zich verbrokkelen 
Zich verdedigen
Zich verdelen
Zich verdichten 
Zich verdiepen in
Zich verdriedubbelen 
Zich verdubbelen
Zich vereenzelvigen met
Zich vergalopperen
Zich vergapen aan
Zich vergelijken met
Zich vergewissen van
Zich vergissen
Zich vergrijpen (aan)
Zich vergroten
Zich verhangen
Zich verheugen op
Zich verhouden tot
Zich verhovaardigen 
Zich verhuren 
Zich verkiesbaar stellen 
Zich verkijken op
Zich verkleden 
Zich verkleinen
Zich verkneukelen
Zich verkneuteren 
Zich verkopen
Zich verlagen
Zich verlaten (op)
Zich verlekkeren 
Zich verlezen
Zich verliezen in
Zich verloochenen 
Zich verloven (met)
Zich verlullen
Zich verlustigen in
Zich vermaken
Zich vermeerderen
Zich vermeien 
Zich vermengen 
Zich vermenigvuldigen 
Zich verminken
Zich vermoeien
Zich vermommen 
Zich vermorzelen
Zich vernauwen 
Zich vernederen 
Zich vernieuwen
Zich veronachtzamen 
Zich verontschuldigen 
Zich verontwaardigen
Zich veroordelen
Zich veroorloven 
Zich verootmoedigen 
Zich verplaatsen 
Zich verplichten 
Zich verplicht voelen
Zich verpozen 
Zich verraden
Zich verrekenen 
Zich verrekken
Zich verrijken 
Zich verroeren 
Zich verruimen 
Zich verschansen 
Zich verschonen
Zich verschrijven
Zich verschuilen 
Zich verslapen 
Zich verslikken 
Zich verslonzen
Zich versmallen 
Zich versnellen
Zich verspellen 
Zich verspreiden
Zich verspreken
Zich verstaanbaar maken
Zich verstappen
Zich versteken 
Zich versterken 
Zich verstoppen 
Zich vertellen 
Zich vertillen
Zich vertonen
Zich vertragen
Zich vervelen
Zich verwaarlozen
Zich verwarmen 
Zich verwennen 
Zich verwensen
Zich verweren 
Zich verwerkelijken
Zich verwijden 
Zich verwijderen 
Zich verwijten 
Zich verwonden
Zich verwonderen
Zich verzaligen in
Zich verzamelen
Zich verzekeren (van/tegen)
Zich verzetten tegen
Zich verzorgen
Zich verzuren 
Zich vestigen  
Zich vlijen 
Zich voeden
Zich voelen
Zich volgieten 
Zich vol laten lopen
Zich volproppen
Zich voltrekken
Zich volvreten
Zich voorbehouden 
Zich voorbereiden 
Zich voorbijlopen 
Zich voor de geest 👻 halen
Zich voordoen
Zich voorhouden
Zich voornemen
Zich vooroverbuigen 
Zich voorstaan op
Zich voorstellen 
Zich voortbewegen
Zich voortplanten
Zich voortslepen 
Zich vrijpleiten 
Zich vrijvechten
Zich vullen 
Zich waarmaken
Zich wachten 
Zich wanen
Zich wapenen tegen
Zich warmen aan
Zich warm lopen
Zich wassen 
Zich wegcijferen
Zich wegen
Zich wenden tot
Zich weren
Zich werpen op
Zich wijden aan
Zich wijs maken
Zich wreken (op)
Zichzelf beschadigen
Zichzelf beschermen 
Zichzelf bewonderen
Zichzelf kleineren 
Zichzelf onderuithalen
Zichzelf overstijgen 
Zichzelf overtreffen
Zichzelf overtuigen
Zichzelf overwinnen
Zichzelf plezieren 
Zichzelf prijzen
Zichzelf tegenhouden
Zichzelf tegenkomen 
Zichzelf tegenspreken 
Zichzelf vergeten 
Zichzelf vertrouwen 
Zichzelf verwennen
Zichzelf voor de gek houden
Zichzelf waarderen
Zichzelf wantrouwen 
Zich wapenen
Zich warmen 
Zich warmlopen 
Zichzelf wassen
Zich wegscheren
Zich welven 
Zich wenden (tot)
Zich weren 
Zich wringen
Zich wurmen
Zich zetten
Zich zien
Zich zichtbaar maken
Zich zorgen maken over 

Lijst van wederkerige werkwoorden 

Wederkerige werkwoorden (reciproque) zijn werkwoorden in combinatie met elkaar of het archaïsch aandoende elkander.
Sommige werkwoorden zijn verplicht wederkerig, andere optioneel.

Elkaar aankijken 
Elkaar aanmoedigen 📣 
Elkaar aanraken 
Elkaar aanvullen
Elkaar aftasten
Elkaar aftrekken 
Elkaar afvalllen 
Elkaar antwoorden 
Elkaar beantwoorden 
Elkaar beconcurreren 
Elkaar bedotten 
Elkaar begluren 
Elkaar begroeten 
Elkaar behandelen
Elkaar beïnvloeden 
Elkaar bejegenen 
Elkaar bekijken
Elkaar belasten 
Elkaar belazeren 
Elkaar beledigen 
Elkaar bellen 📞 
Elkaar beloeren 
Elkaar beloven 
Elkaar beluisteren
Elkaar beminnen
Elkaar bemoedigen 
Elkaar benadelen 
Elkaar benaderen 
Elkaar beoordelen 
Elkaar beproeven 
Elkaar beschouwen 
Elkaar beschermen 
Elkaar beschrijven 
Elkaar beschuldigen 
Elkaar bespelen 
Elkaar bespiegelen 
Elkaar bespugen 
Elkaar bespuwen 
Elkaar betasten 
Elkaar betwisten 
Elkaar bevechten 
Elkaar bevoordelen 
Elkaar bevredigen 
Elkaar bewonderen 
Elkaar bezien 
Elkaar bezoeken 
Elkaar bijstaan 
Elkaar de bal  ⚽ toespelen
Elkaar de maat nemen 
Elkaar doden
Elkaar enthousiasmeren 
Elkaar gedag zeggen 
Elkaar gunnen 
Elkaar haten
Elkaar horen 👂 
Elkaar in de weg zitten 
Elkaar inschatten
Elkaar insmeren 
Elkaar in twijfel trekken 
Elkaar invoelen 
Elkaar kussen💏 
Elkaar kwijtraken 
Elkaar laten uitspreken 
Elkaar leuk vinden
Elkaar liefhebben 💋 
Elkaar liefkozen 💋 
Elkaar masseren 
Elkaar masturberen 
Elkaar missen 
Elkaar naderen 
Elkaar nastaan 
Elkaar neuken 
Elkaar niet kunnen luchten 
Elkaar niet kunnen zetten
Elkaar omhelzen
Elkaar onderuithalen 
Elkaar ontlopen 
Elkaar ontmoeten 
Elkaar ontwijken 
Elkaar ontzien 
Elkaar opjagen 
Elkaar opjutten
Elkaar opnaaien 
Elkaar opnemen 
Elkaar opwinden
Elkaar overhoren 
Elkaar overtreffen 
Elkaar pesten 
Elkaar pijn doen
Elkaar pijnigen 
Elkaar pijpen
Elkaar plaatsen 
Elkaar plagen
Elkaar rechtvaardigen 
Elkaar schenken 
Elkaar steunen
Elkaar terugschrijven
Elkaar terugzien 
Elkaar testen 
Elkaar toestaan 
Elkaar toesturen 
Elkaar trakteren 
Elkaar treiteren 
Elkaar trouwen 
Elkaar tutoyeren 
Elkaar uit de wind houden
Elkaar uitnodigen 
Elkaar uitsluiten 
Elkaar verdedigen 
Elkaar verdragen 
Elkaar verdrieten
Elkaar vergeven 🙏 
Elkaar verlagen 
Elkaar vermaken 
Elkaar vermoorden 
Elkaar veroordelen 
Elkaar verrassen
Elkaar vertroetelen 
Elkaar vertrouwen 
Elkaar verwennen
Elkaar verwensen 
Elkaar vinden
Elkaar voeden 
Elkaar voelen
Elkaar voortrekken 
Elkaar vragen
Elkaar waarderen 
Elkaar wassen 
Elkaar zien 🙈 
Elkaar zoenen 😘 
©1997-2019 Bizzieman.NL