Reageer 
Reageer
X
Error
X
X
_
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Options
    Edit Layout
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Even wachten
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
X
_
Options
    Leeg Venster
    Edit Layout
Test Window
Bizzieman
Spelletjes van vroeger spelen op Bizzieman.NL's CMS.
Kijk op http://games.oudspel.nl om de spelletjes te spelen.

Veel plezier.
Vocabulaire


Vocabulaire A1/A2

1. Het Nederlandse alfabet

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
 
Oefening

Kunt u uw voornaam spellen?
Kunt u uw achternaam spellen?

2. Het tellen

Eerst de hoofdtelwoorden, dan de rangtelwoorden.

0 nul
1 een.          eerste
2 twee.        tweede 
3 drie.          derde
4 vier.           vierde 
5 vijf.            vijfde 
6 zes.           zesde
7 zeven        zevende
8 acht.          achtste 
9 negen.       negende
10 tien.         tiende

11 elf.                     elfde 
12 twaalf.              twaalfde
13 dertien.             dertiende 
14 veertien            veertiende
15 vijftien.             vijftiende
16 zestien.             zestiende 
17 zeventien.         zeventiende 
18 achttien.            achttiende
19 negentien.         negentiende
20 twintig                twintigste

Eerst de eenheid dan het tiental, dus 

21 eenentwintig        eenentwintigste
22 tweeรซntwintig        tweeรซntwintigste
23 drieรซntwintig              drieรซntwintigste
24 vierentwintig              vierentwintigste
25 vijfentwintig               vijfentwintigste 
26 zesentwintig.             zesentwintigste
27 zevenentwintig          zevenentwintigste
28 achtentwintig            achtentwintigste
29 negenentwintig         negenentwintigste
30 dertig                           dertigste
31 eenendertig                eenendertigste
40 veertig                         veertigste
50 vijftig                            vijftigste
60 zestig.                          zestigste
70 zeventig                       zeventigste
80 tachtig                          tachtigste
90 negentig                       negentigste
100 honderd ๐Ÿ’ฏ                honderdste
1000 duizend                    duizendste
1000000 miljoen              miljoenste

Oefening

Wat is uw mobiele telefoonnummer?


3. De dagen van de week 

Maandag 
Dinsdag 
Woensdag 
Donderdag 
Vrijdag 
Zaterdag 
Zondag



Oefening

Eergisteren was het ..........
Gisteren was het ......... 
Vandaag is het ..........
Morgen is het ..........
Overmorgen is het ..........



4. De maanden van het jaar

Januari 
Februari 
Maart 
April 
Mei 
Juni 
Juli 
Augustus
September 
Oktober 
November 
December 

Oefening

In welke maand bent u jarig? Ik ben jarig in ..........

5. De vier jaargetijden/seizoenen

De lente/ het voorjaar
De zomer
De herfst/ het najaar
De winter

Oefening

Wat is uw favoriete seizoen? Mijn favoriete seizoen is de ..........


6. De vier dagdelen

De ochtend/ de morgen
De middag
De avond 
De nacht 

Vandaag 
Vanochtend/vanmorgen
Vanmiddag 
Vanavond 
Vannacht 


's ochtends / 's morgens 
's middags
's avonds
's nachts

Goedendag
Goedemorgen ๐Ÿ‘ 
Goedemiddag 
Goedenavond 
Goedenacht 


7. De vier smaken

Zoet
Zout
Zuur
Bitter


8. De vier windstreken 

Het noorden 
Het oosten
Het zuiden
Het westen


9. Klokkijken

De seconde
De minuut
Het kwartier 
Het half uur
Het uur
Anderhalf uur
De dag/ het etmaal
De week
De maand
Het jaar
Het decennium 
De eeuw

De keukenklok
De grote wijzer 
De kleine wijzer
De secondewijzer
De wekker โฐ 
De eierwekker
Met de klok mee
Tegen de klok in

20.00 uur: het is acht uur
20.05 uur: het is vijf over acht
20.10 uur: het is tien over acht
20.15 uur: het is kwart over acht
20.20 uur: het is tien voor half negen
20.25 uur: het is vijf voor half negen
20.30 uur: het is half negen
20.35 uur: het is vijf over half negen
20.40 uur: het is tien over half negen 
20.45 uur: het is kwart voor negen 
20.50 uur: het is tien voor negen
20.55 uur: het is vijf voor negen
21.00 uur: het is negen uur

Oefening

Hoe laat is het? Van 21.00 tot 22.00 uur elke vijf minuten.


10. De weersomstandigheden 

De zon schijnt โ˜€ 
Het is bewolkt  โ˜ 
Het is wisselvallig 
Het is windstil
Het regent  โ˜” 
Het motregent
Het stortregent 
Het hagelt
Het sneeuwt  โ„ 
Het vriest
Het dooit
Het ijzelt
Het waait
Het stormt 
Het onweert โšก 
Het bliksemt
Het dondert
Het mist
KNMI
Het weeralarm
Code groen
Code geel
Code oranje
Code rood
De weerman
De weervrouw
De weersverwachting 
De weersvoorspelling 


11. Familierelaties ๐Ÿ‘ช 

De familie 
Het gezin
De echtgenoot / de man
De echtgenote /  de vrouw
De vader
De moeder
De zoon
De dochter
De broer 
De zus
De oom
De tante
De neef
De nicht
De opa/grootvader
De oma/ grootmoeder 
De kleinkinderen
De kleinzoon
De kleindochter 
De achterneef
De achternicht
De zwager
De schoonzuster
De schoonouders 
De schoonvader
De schoonmoeder 
De schoonzoon
De schoondochter
De stiefvader
De stiefmoeder
De stiefzoon 
De stiefdochter 
De halfbroer 
De halfzus


12. De vingers van de โœ‹ hand

De duim
De wijsvinger 
De middelvinger 
De ringvinger 
De pink 


13. Het gezicht

Het hoofd
Het voorhoofd
Het achterhoofd 
Het gezicht
Het oog
De neus ๐Ÿ‘ƒ 
Het oor ๐Ÿ‘‚ 
De mond ๐Ÿ’‹ 
De tand
De kies
De tong ๐Ÿ˜œ 
De lip
De wang
De slaap
De kaak
De kin 
De hals
De nek
 

14. Delen van het lichaam

De schouder
De borst 
De buik
De arm
De elleboog
De pols
De hand โœ‹ 
De vinger
De nagel 
De heup
Het been
De knie
De enkel
De voet
De teen


15. De organen

Het hart
De long
De maag
De galblaas
De lever
De alvleesklier
De nier
De milt
De blaas
De darm
De hersenen 
De huid
De baarmoeder
De prostaat
De penis
De vagina

16. Groente

De aardappel ๐Ÿ  
De sla
De komkommer
De paprika
De tomaat ๐Ÿ… 
De ui
De wortel 
De champignon
De aubergine  ๐Ÿ† 
De courgette 
De sperziebonen
De snijboon
De bruine boon
De witte boon
De erwt
De kool
De witte kool
De rode kool
De bloemkool
De spruitjes
De spinazie
De andijvie
De broccoli
De bietjes
De witlof
De asperge


17. Fruit

De appel ๐ŸŽ 
De sinaasappel
De banaan ๐ŸŒ 
De citroen ๐Ÿ‹ 
De limoen 
De grapefruit 
De aardbei ๐Ÿ“ 
De framboos
De bosbes 
De braam
De aalbes
De pruim
De druif ๐Ÿ‡ 
De kers ๐Ÿ’ 
De kiwi
De meloen ๐Ÿˆ 
De watermeloen ๐Ÿ‰ 
De perzik ๐Ÿ‘ 
De mandarijn ๐ŸŠ 
De minneola 



18. Gezondheidsklachten 

De verkoudheid 
Hoesten
Kuchen 
Niezen
Overgeven 
De griep
De koorts
De wond
De ontsteking
De hoofdpijn
De keelpijn
De buikpijn 
De spierpijn
De rugpijn
De kiespijn 
Duizelig ๐Ÿ˜ต 
Misselijk
Diarree 
Lamlendig 
Bewusteloos 
Ongesteld
Bloedarmoede 
De gebroken pols
De wrat
Hoge/lage bloeddruk

19. Medicijnen 

De crรจme 
De zalf
De pijnstiller 
Het antibioticum 
De kuur 
De oogdruppels
De oordruppels
De neusspray
De hoestdrank 
Het keeltablet
De pleisters
Het lverband
De anticonceptiepil 
De zetpil


20. Kleding 

De trui
De jas
Het shirt ๐Ÿ‘š 
Het T-shirt ๐Ÿ‘• 
Het hemd
Het overhemd 
Het vest
Het pak
Het kostuum
De colbert
De jurk ๐Ÿ‘— 
De rok
De broek ๐Ÿ‘– 
De korte broek
De onderbroek
Het slipje 
De sok
De kous


21. Schoeisel

De schoen ๐Ÿ‘Ÿ 
De sportschoen
De laars ๐Ÿ‘ข 
De sandaal ๐Ÿ‘ก 
De pantoffel
De pump ๐Ÿ‘ 
De slipper
De hak
De hoge hak
De zool
De binnenzool 
De veter



22. Meubilair

De tafel
De eettafel
De salontafel 
De stoel ๐Ÿ’บ 
De bank
De driepersoonsbank
De lamp
De schemerlamp
Het tapijt
Het vloerkleed 
Het gordijn
Het bed
Het eenpersoonsbed
Het tweepersoonsbed
Het logeerbed

23. Elektrische apparaten

De mixer
De blender
Het koffiezetapparaat 
Het fornuis
De afzuigkap 
De sapcentrifuge
Het tosti-ijzer
De wasmachine
De wasdroger
De afwasmachine
De airconditioning 
De fรถhn/haardroger 
De stofzuiger 
De ventilator
De waterkoker 


24. Kleuren

Rood
Geel
Oranje
Groen
Blauw
Bruin
Wit
Zwart
Paars
Roze 
Grijs
Donkerblauw 
Lichtgroen
De regenboog ๐ŸŒˆ 
Kleurenblind
Het kleurverschil 


25. Maten en gewichten

De millimeter 
De centimeter 
De deciliter
De meter
De hectometer
De kilometer 

Een gram
Een ons
Een half pond
Een pond
Anderhalf pond
Een kilo
Een ton

Een milliliter 
Een deciliter 
Een halve liter 
Een liter
Anderhalve liter



26.  Nederlandse provincies en hun hoofdsteden

Friesland - Leeuwarden 
Groningen - Groningen 
Drenthe - Assen 
Overijssel - Zwolle 
Gelderland - Arnhem 
Flevoland - Lelystad 
Utrecht - Utrecht 
Noord Holland - Haarlem 
Zuid Holland - Den Haag 
Zeeland - Middelburg 
Noord Brabant - Den Bosch
Limburg - Maastricht 

27. De steden van de Randstad (tegen de klok in)

Utrecht 
Amersfoort 
Hilversum 
Almere 
Amsterdam 
Haarlem 
Leiden 
Den Haag 
Delft
Rotterdam 
Dordrecht 


28. De Waddeneilanden

Ezelsbruggetje tvtas

Texel
Vlieland
Terschelling
Ameland
Schiermonnikoog


29. Tegenstellingen (opposities)

Kort - lang
Jong - oud
Dik - dun
Hoog - laag
Arm - rijk ๐Ÿ’ฐ 
Hard - zacht
Koud - warm
Droog - nat
Snel - langzaam
Breed - smal
Duur - goedkoop 
Moeilijk - makkelijk 
Ver - dichtbij 
Donker - licht 
Zwaar - licht
Mager - vet
Mooi - lelijk
Schoon - vuil
Helder ๐Ÿ”† - bewolkt โ˜ 
Lekker ๐Ÿ˜‹ - vies
Gezond - ziek
Levend - dood
Slim - dom
Rond - vierkant
Recht - krom
Scherp - bot
Goed - slecht
Kaal - behaard
Boven - onder
Binnen - buiten
Linksโฌ… - rechts  โžก 
Voor - achter (plaats)
Voor - na (tijd โŒš)
Aan - uit ๐Ÿ“ด 
Vroeg - laat 
Vroeger - later


30.  In de winkel ๐Ÿช 

Wie is er aan de beurt?
Wie kan ik helpen?
Mag het iets meer zijn?
Anders nog iets?
Nee, dat was het.
De vruchtensap is in de aanbieding.
U krijgt 20 % korting.
Het is gratis ๐Ÿ†“ .
Kan ik hier pinnen?
Hebt u terug van vijftig euro ๐Ÿ’ถ ?
Ik kan gepast betalen.
Hebt u een bonuskaart?
Wilt u de bon?
Spaart u zegels?

31. Dieren op de boerderij 

M = mannetje
V  = vrouwtje
J  = jong

Het vee
De koe ๐Ÿฎ V
De stier M
Het kalf of het kalfje J
Het paard โ™˜ 
De hengst M
De merrie V
Het veulen  of het veulentje J
Het varken  ๐Ÿท 
De beer M
De zeug V
De big ๐Ÿ– of het biggetje J
Het schaap ๐Ÿ‘ 
De ram ๐Ÿ M
De ooi V
Het lam of het lammetje J
De kip
De haan ๐Ÿ“ M
De hen V
Het kuiken ๐Ÿฃ of het kuikentje J
De pauw
De geit ๐Ÿ 
De bok M
Het konijn ๐Ÿฐ 

32. Vogels

De mus
De koolmees
De pimpelmees
De merel
De zanglijster
De kauw
De ekster
De kraai
De raaf
De Vlaamse gaai
De kokmeeuw
De zilvermeeuw
De mantelmeeuw
De fazant
De ooievaar
De reiger
De boerenzwaluw
De gierzwaluw 
De duif
De Turkse tortel
De kievit
De grutto 
De tureluur
De leeuwerik 
De scholekster
De eend
De meerkoet
De fuut
De uil
De torenvalk 
De havik
De sperwer
De kanarie
De (halsband-) parkiet
Het roodborstje 
Het winterkoninkje
Het waterhoentje

33. Vis bij de viskraam

De haring
Een broodje haring
De paling
Een broodje paling
De makreel
Een broodje makreel
Garnalen
Een broodje garnalen
Mosselen
Een portie mosselen
Het lekkerbekje 
Een half pond kibbeling met ravigottesaus
De inktvis ๐Ÿ™ 
Inktvisringen 
De zeebaars
De kabeljauw
De schelvis
De rode poon
Pangasiusfilet

34. Dieren in de dierentuin

De leeuw
De tijger ๐Ÿฏ 
De panter
De luipaard ๐Ÿ† 
De poema
De olifant ๐Ÿ˜ 
De giraffe 
De neushoorn
Het nijlpaard
De zebra
De gnoe
De beer ๐Ÿป 
De ijsbeer
De chimpansee 
De orang oetan
De gorilla 
De baviaan
De mandril

35. Bloemen ๐Ÿ’ 

De tulp๐ŸŒท 
De narcis
De hyacint
De krokus
De roos ๐ŸŒน 
De margriet ๐ŸŒผ 
De fresia 
De gerbera
De chrysant 
De anjer
De aster
De dahlia 
De boterbloem
De pinksterbloem
De paardebloem
De zonnebloem ๐ŸŒป 
Het sneeuwklokje
Het viooltje
Het madeliefje
Het fluitekruid


36. School

Basisschool
Vmbo 
Havo
Vwo
Mbo
Hbo
Wo
Nederlands
Engels 
Duits 
Frans
Latijn 
Grieks
Wiskunde
Natuurkunde
Scheikunde
Aardrijkskunde
Geschiedenis
Economie
Handvaardigheid 
Lichamelijke opvoeding 

37. Geluiden van dieren

Een hond blaft 
Een kat miauwt
Een poes spint
Een koe loeit
Een paard hinnikt
Een varken knort
Een schaap blaat 
Een geit mekkert
Een kip kakelt
Een haan kraait
Een ezel balkt
Een muis piept
Een mus tsjilpt
Een kraai krast
Een gans gakt
Een kikker kwaakt
Een leeuw brult 

38. Het verkeer

Het voetpad
Het fietspad
Het rijwielpad
Het ruiterpad
De autosnelweg
De rijbaan
De vluchtstrook
De busbaan
Het wegdek
De verharde weg
De onverharde weg
De kruising
De rotonde
De voorrangsweg 
De haaientanden
Het verkeerslicht
De voorsorteerstrook
Binnen de bebouwde kom
Buiten de bebouwde kom
De maximumsnelheid 
De adviessnelheid
De gevarendriehoek
De veiligheidsgordel
Het rechtdoorgaand verkeer
Het afslaand verkeer
De oprit 
De afrit
De voetgangersoversteekplaats 
De wegmarkering
De middenberm 
De doorgetrokken streep
De onderbroken streep
De omleidingsroute 
Route gevaarlijke stoffen 
Het woonerf
Het winkelerf
De verkeersdrempel 
Het reservewiel 









39. Woordjes op het gebied van de krant:

Welke soorten papieren media zijn er?

De krant
Het weekblad
Het huis-aan-huisblad
Het tijdschrift
Het magazine

Uit welke onderdelen bestaat een krant? 

De pagina
De voorpagina
Het nieuws
Het artikel 
Het hoofdartikel 
Het commentaar
De column
De advertentie
De foto
De kop
De lead
De strip
Het colofon

Wie zijn betrokken bij de krant? 

De redacteur 
De hoofdredacteur
De eindredacteur 
De opmaakredacteur
De sportredactie
De fotoredactie 
De internetredactie
De politieke redactie
De kunstredactie
Redactie binnenland
Redactie buitenland
De bezorger
De lezers
De abonnees


Hoe komt de krant aan zijn nieuws?

Vrije nieuwsgaring
Het persbericht
Persbureaus 
Het interview
De persconferentie
Het ingezonden stuk

In Nederland verschijnende landelijke dagbladen: 

De Telegraaf
Algemeen Dagblad 
De Volkskrant 
NRC 
Trouw 
Het Parool 
Het Nederlandsch Dagblad


©1997-2019 Bizzieman.NL